• Blog
  • Bestellen
Home Blog Kerk & geloof Christus heeft zichzelf gegeven als losprijs - maar aan wie?

Christus heeft zichzelf gegeven als losprijs – maar aan wie?

Als Christus met zijn bloed voor ons aan God een losprijs heeft betaald, is onze verlossing dan nog wel genade?

Het is een bekende uitdrukking: Christus heeft zichzelf gegeven als losprijs voor ons. Hij heeft ons vrijgekocht door te betalen met zijn leven, zijn bloed. Zo heeft Hij ons verlost van de zonde, de satan en de dood.

Maar aan wie heeft Hij die losprijs dan betaald?

Op het eerste gezicht lijkt dat een eenvoudige vraag. Wie opgegroeid is met de gereformeerde leer, weet daar meteen het antwoord op: aan God. Christus heeft met zijn dood onze schuld betaald bij God. Hij heeft als onze plaatsvervanger de straf gedragen die God van ons eiste. Hij heeft in onze plaats God genoegdoening gegeven. Zo staat het bijvoorbeeld in zondag 5 van de Heidelbergse Catechismus:

God wil dat aan zijn gerechtigheid wordt voldaan. Daarom moeten wij òf zelf òf door een ander volkomen betalen.

Die betaling heeft Christus voor ons gedaan. Daar komt de catechismus in de zondagen die volgen steeds op terug.

Maar er zijn ook christenen die hier niets van moeten hebben. Als je zegt dat God betaling van onze schuld eist, zeggen zij, dan maak je van Hem een God die maar weinig liefde en genade heeft. Want, zeggen zij, wat blijft erover van Gods genade als Hij ons de schuld pas kwijtscheldt nadat die eerst betaald is? Dan is genade toch geen genade meer?

En dat klinkt op zich best logisch.

Bovendien, het beeld van een losprijs kun je ook gemakkelijk heel anders opvatten. Immers, als je iemand loskoopt door een losprijs te betalen, dan betaal je die prijs toch aan degene door wie die persoon wordt vastgehouden. Losgeld betaal je aan ontvoerders. Een slaaf koop je vrij van zijn meester. Wij mensen zitten vast in de slavernij van zonde en dood, in de macht van de satan. Als Christus ons daaruit vrijkoopt, is het dan niet veel logischer dat Christus met zijn bloed betaald heeft aan de macht van het kwaad, aan de satan?

Slavernij

En inderdaad gebruikt Paulus regelmatig dat beeld van vrijkopen uit slavernij. Als hij zegt dat Christus ons verlost heeft van de zonde, gebruikt hij het Griekse woord apolutrosis. Dat betekent letterlijk ‘loskoping’ (Romeinen 3:24, 1 Korinthiërs 1:30, Efeziërs 1:7, Kolossenzen 1:14). Het is het woord dat in het Grieks gebruikt wordt als je een slaaf vrijkoopt. In 1 Timotheüs 2:6 gebruikt Paulus het woord antilutron. Dat is een losprijs. Het voorvoegsel anti- duidt op een tegenprestatie, een ruiling: voor wat hoort wat. Christus betaalt en in ruil krijgt hij ons. We zijn dan ook gekocht en betaald, zegt Paulus in 1 Korinthiërs 6:20. We zijn daarom niet van onszelf, maar eigendom van Christus. Waren we eerst slaaf van de zonde, nu zijn we slaaf van Christus.

Zo op het eerste gezicht lijkt er dus alles voor te zeggen om het beeld van de losprijs op te vatten als een betaling aan de machten die ons gevangen hielden. Toch geloof ik dat de catechismus gelijk heeft en dat het met die betaling anders zit. Dat het een betaling is van onze schuld, van onze straf aan God.

Vrijkopen uit slavernij of gevangenis stond vaak gelijk aan het betalen van een schuld.

Om te beginnen is het namelijk zo dat in de Bijbel slavernij of gevangenschap en schuld vaak heel veel met elkaar te maken hebben. In het Oude Testament was het al zo dat je in slavernij kon raken doordat je je schuld niet kon betalen. Degene die je meester werd, was degene bij wie je in de schuld stond. Je ziet datzelfde ook in de gelijkenissen van Jezus. In Mattheüs 18:23-35 vertelt Hij over een slaaf die zijn schuld niet kon betalen. Zijn heer wilde hem daarom aan een ander verkopen, maar scheldt hem de schuld kwijt. Vervolgens komt die slaaf zelf een andere slaaf tegen die hem iets schuldig is en laat hem in de gevangenis gooien. Hier zie je dus dat vrijkopen uit slavernij of gevangenis vaak gelijkstond aan het betalen van een schuld. Degene die een slaaf vrijkocht, nam als het ware de schuld over van de slaaf. Dat doet Christus bij ons: Hij neemt onze schuld op zich. Wij komen vrij doordat Hij onze schuld voor ons betaalt.

Lam van God

Maar wij zaten in slavernij van de zonde en van de satan. Toch is het niet zo dat wij een schuld hadden bij de satan. Blijkbaar schiet het beeld van vrijkopen uit slavernij tekort om daar alle aspecten van het verlossingswerk van Christus in te vangen. Maar dat hoeft ook niet. Want er is nog een ander beeld voor dat in de Bijbel een veel prominentere plek inneemt.

Hoe heeft Christus betaald? Met zijn bloed. De betaling heeft Hij gedaan door aan het kruis te lijden en te sterven. Daarvoor gebruikt de Bijbel het beeld van een offer. Christus is het lam van God dat de zonden van de wereld wegdraagt. Zo wees Johannes de Doper hem aan (Johannes 1:29).

Christus is het lam van God dat de zonden van de wereld wegdraagt.

Wat betekent dat? Dat verwijst naar de vele offers die dagelijks aan God geofferd werden in de tempel. Daar werden allerlei dieren geofferd: rammen, stieren, bokken en ook lammeren. En vrijwel al die offers waren op een of andere manier bedoeld om verzoening te doen bij God voor de zonden. Ze vormden een betaling aan God voor de schuld van de zonde. Die dieren droegen de straf die de mensen eigenlijk zelf hadden moeten dragen (Leviticus 4-7).

Dat werd heel duidelijk zichtbaar op de Grote Verzoendag, als het lot geworpen werd tussen twee bokken. De ene werd geofferd als zondoffer, de andere werd de woestijn in gezonden, nadat als het ware alle zonden van het volk op zijn kop gelegd waren. De ene bok vormde de betaling van de schuld, de andere beeldde uit hoe de schuld werd weggedragen (Leviticus 16).

Alleen, al die offers uit de wet van Mozes konden de zonden niet daadwerkelijk verzoenen. Vooral de brief aan de Hebreeën maakt dat heel duidelijk. In hoofdstuk 10 bijvoorbeeld wordt uitgelegd dat de offers onder het Oude Testament niets anders deden dan de zonden steeds maar weer in herinnering roepen. Om ze te verzoenen, was er een ander offer nodig, een beter offer. Een volmaakt offer dat voor eens en voor altijd voldoende was om alle zonden te verzoenen. Dat offer is het offer van Christus aan het kruis. Hij heeft als hogepriester echt, daadwerkelijk verzoening gedaan door zichzelf, zijn eigen lichaam te offeren. Zó is hij het lam van God.

Paaslam

Hij is het paaslam. Het lam dat elk jaar geslacht werd voor het pascha, aan het begin van het feest van de ongezuurde broden. Dan werd al het oude zuurdeeg uit de huizen verwijderd. Volgens Paulus is dat een beeld van de zonde. Wij moeten het oude zuurdeeg wegdoen om een vers deeg te zijn, dat wil zeggen: we moeten de zonde uit ons leven wegdoen en als nieuwe mensen leven. Waarom? Omdat ons paaslam, Christus, geslacht is, zegt Paulus (1 Korinthiërs 5:6-8.

En daarom is Christus gekruisigd juist tijdens het pascha. Tijdens het eerste pascha in Egypte, slachtten de Israëlieten voor elk gezin een lam en smeerden het bloed daarvan op hun deurposten om de wrekende engel op afstand te houden, die door Egypte trok om alle eerstgeborenen te doden (Exodus 12). Dat lam stierf in plaats van de eerstgeborene van het betreffende gezin. Zo stierf Christus in plaats van ieder die de toevlucht zoekt in zijn bloed dat vergoten is in plaats van ons bloed.

Het kostbare bloed waarmee Hij in onze plaats onze schuld bij God betaald heeft. Ja, er moest bloed vloeien om onze schuld te betalen aan God. Geen dierenbloed, maar mensenbloed. Pas dan kon God onze zonden vergeven.

Maakt dat God tot een bloeddorstige, wrede God? Of is dat enkel het verwijt van mensen die niet beseffen hoe hoog God de zonde opneemt, omdat ze geen idee hebben doe heilig en rechtvaardig Hij is?

Is dat geen genade meer, omdat onze schuld pas vergeven wordt nadat die betaald is? Of laat het juist zien hoe groot Gods genade is, doordat wij gratis krijgen wat Hem zo onvoorstelbaar veel gekost heeft?

Omdat Christus voor ons betaald heeft, is voor ons nu alles gratis.

Dat is immers de essentie van Christus’ plaatsvervanging: alles wat wij hadden moeten betalen – de schuld, de straf, het lijden, de dood – dat alles heeft Hij in onze plaats betaald. Het heeft Hem alles gekost. En daarom is voor ons nu alles gratis: vergeving, vrijspraak, vernieuwing, eeuwig leven. Hij had niets hoeven te betalen, want Hij was zelf zonder schuld. Hij had geen enkele verplichting. Toch deed Hij het. En nu hoeven wij niets meer te betalen. Wat is dat anders dan genade?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Gerrit Veldmanhttp://www.gerritveldman.nl
Gerrit Veldman (1975) studeerde geschiedenis in Utrecht en haalde vervolgens zijn eerste-graads onderwijsbevoegdheid. Hij heeft enkele boeken vertaald vanuit het Engels. Grote hobby's zijn orgel spelen, fotografie en stamboomonderzoek. Als christen volgt hij kritisch de ontwikkelingen in kerk en maatschappij.