Een leerdicht van Ethan, de Ezrahiet.

- Ik blijf maar zingen van Gods goedheid en zijn trouw,
die in de hemel vast staan als een hecht gebouw.
God zei: ‘Ik heb mijn dienaar David uitverkoren
en een verbond met hem gesloten, en gezworen:
“Voor eeuwig zal Ik zelf een huis voor jou gaan bouwen.
De generaties door laat Ik jouw troon standhouden.”’ - Het loflied op dit wonder klinkt de hemel door.
Een leger engelen bezingt uw trouw in koor.
Wie kan er onder hen ooit uw gelijke heten
of welke god is er die zich met U kan meten?
De HEER wordt zeer gevreesd door zijn vertrouwelingen.
Hij wekt een diep ontzag bij hen die Hem omringen. - Wie is zo groot als U, zo machtig, HEER? Niet een!
Uw trouw is als een wijde mantel om U heen.
Wanneer de zee onstuimig is en maar blijft stijgen,
brengt U de golven met een enkel woord tot zwijgen.
Het watermonster had zijn kop woest opgestoken,
maar uw arm heeft meteen zijn vijandschap gebroken. - Hemel en aarde zijn van U met wat er leeft.
Door U staat alles vast, zodat het toekomst heeft.
U schiep het zwoele zuiden en het koele noorden.
Tabor en Hermon juichen voor U zonder woorden.
Uw arm is sterk, U houdt uw rechterhand geheven.
Uw troon rust op het recht, trouw blijft U liefde geven. - Gelukkig is het volk dat weet hoe zingen gaat,
omdat zij leven, HEER, in ’t licht van uw gelaat.
Zij juichen voor uw naam, uw recht zal hen steeds dragen.
Uw glorie is hun kracht, hun eer uw welbehagen.
De HEER is zelf het schild waarmee we ons verweren.
Een koning gaf Hij ons – trouw zal die ons regeren. - HEER, in een visioen hebt U uw plan verteld:
‘Ik kies een jongen uit het volk als sterke held.
Mijn dienaar David zalf Ik en hij zal het merken:
Ik steun hem met mijn arm, mijn hand zal hem versterken.
Geen vijand die hem aanvalt, zal Ik winnen laten,
want Ik verpletter voor zijn ogen wie hem haten. - Mijn trouw en liefde gaan voortdurend met hem mee,
zodat hij heerst van de rivier tot aan de zee.
Hij noemt Mij: “Vader, God, de rots die mij bewaarde!”
Mijn oudste zoon is hij, de hoogste vorst op aarde.
Op mijn verbond met hem kan hij altijd vertrouwen:
zolang de hemel blijft, zal ook zijn troon standhouden. - Maar keert zijn nageslacht zich van mijn wetten af,
zijn zij Mij ongehoorzaam, dan kom Ik met straf.
Toch blijf Ik David trouw, zoals Ik heb gezworen,
want liegen kan Ik niet! Ik houd Mij aan mijn woorden:
zijn huis houdt eeuwig stand, zijn troon doorstaat de tijden
zolang als zon en maan nog langs de hemel glijden. - Toch hebt U uw gezalfde nu verstoten, Heer.
Uw woede treft hem hard – geldt uw verbond niet meer?
Zijn kroon ligt in het stof, vol bressen zijn zijn muren.
Zijn stad wordt leeggeroofd, hij wordt bespot door buren.
U gaf zijn vijand kracht, U deed zijn haters juichen.
Bot maakte U zijn zwaard, zodat hij wel moest buigen. - Zijn glans hebt U gedoofd, zijn troon omvergegooid.
Hoelang nog duurt dat, HEER, of dooft uw woede nooit?
Verbergt U zich altijd, waar is uw trouw gebleven?
Bedenk toch, HEER: hoe kort, hoe vluchtig is mijn leven!
Hebt U de mensen soms zomaar voor niets geschapen?
Is er wel iemand die de dood niet weg zal rapen? - Waar is uw liefde nu, Heer, waar is nu de trouw
van U die David zwoer: ‘Ik bouw een huis voor jou’?
Bedenk, HEER: wie U dient, moet heel veel spot verdragen.
Ik lijd eronder hoeveel volken ons belagen
en uw gezalfde honen – wilt U hen beschamen?
Loof God, ja, loof de HEER voor eeuwig! Amen, amen.
Deze psalmberijming is een project in uitvoering. Ik probeer regelmatig een nieuwe psalm te plaatsen, maar ik heb geen idee hoe vaak dat gaat lukken en ook niet of dit project ooit afkomt.
Psalmen zijn natuurlijk bedoeld om te zingen, dus ik heb er geen bezwaar tegen als dat gebeurt. Wel zou ik het leuk vinden om dat dan ook te weten.
En ik zou je willen vragen deze berijming niet verder te verspreiden zonder mijn toestemming en nooit zonder bronvermelding.





















