Een lied, een psalm van de Korachieten. Voor de koorleider. Op ‘Machalath Leannoth’. Een leerdicht van Heman, de Ezrahiet.

- God van mijn heil, hoort U mij wel?
De hele dag blijf ik maar huilen.
’s Nachts kom ik biddend bij U schuilen,
want ik zit heel erg in de knel.
Mij troffen nu al zoveel rampen
dat ik mijn leven voel verdampen. - De mensen schrijven mij al af,
mijn laatste krachten zijn geweken.
Ik hoor bij hen die zijn bezweken
en naamloos in een massagraf
tussen gesneuvelden gesmeten,
door U verlaten en vergeten. - U hebt me in een kuil gelegd,
en me met duisternis bedolven.
Ik ga ten onder in uw golven.
Mijn vrienden houdt U van me weg
door bij hen walging op te wekken.
Ik kan geen uitweg meer ontdekken. - HEER, elke dag roep ik tot U
met smekend uitgestoken handen,
terwijl mijn ogen treurig branden.
Ach, doe een wonder – doe het nu,
want zouden doden soms herrijzen
en nog uw trouw en liefde prijzen? - Maar nu, HEER, roep ik U nog aan.
Ik zoek U biddend, elke morgen,
maar waarom houdt U zich verborgen
en stoot U me bij U vandaan?
De dood dreigt al mijn hele leven,
ik heb de hoop nu opgegeven. - Uw woede sluit zich om mij heen
en dreigt als water met verstikking.
Ik ga kapot aan die verschrikking.
Mijn vrienden laten me alleen.
Nu moet in plaats van mijn vertrouwden
het duister me gezelschap houden.
Deze psalmberijming is een project in uitvoering. Ik probeer regelmatig een nieuwe psalm te plaatsen, maar ik heb geen idee hoe vaak dat gaat lukken en ook niet of dit project ooit afkomt.
Psalmen zijn natuurlijk bedoeld om te zingen, dus ik heb er geen bezwaar tegen als dat gebeurt. Wel zou ik het leuk vinden om dat dan ook te weten.
En ik zou je willen vragen deze berijming niet verder te verspreiden zonder mijn toestemming en nooit zonder bronvermelding.



















