Een leerdicht van Asaf.

- Mijn volk, let op en luister naar mijn woorden,
naar wat we zelf van onze vaders hoorden.
Nooit mogen wij Gods wonderen vergeten.
Laat ook de kinderen er dus van weten.
Wat God gedaan heeft door zijn grote kracht –
vertel het aan het volgende geslacht. - De HEER heeft Israël zijn wet gegeven.
De vaderen heeft Hij die voorgeschreven.
Zij lieten die hun kinderen weer horen
en zij weer aan wie na hen zijn geboren.
Zo blijven generaties trouw aan God
en leven zij ook volgens zijn gebod. - Zij zullen niet op hun voorvaders lijken
en niet zo dwars en ongehoorzaam blijken.
Die vluchtten weg in plaats van fel te strijden.
Efraïm kreeg een nederlaag te lijden,
want zij vergaten het verbond van God
en leefden niet meer volgens zijn gebod. - De wonderen die Hij voor hen gedaan had,
hoe Hij het water van de zee tot staan bracht,
waardoor Hij uit Egypte hen bevrijdde,
hoe Hij hen met een wolk en vuur bleef leiden
en uit een rotswand water stromen liet –
zij zagen het, maar zij onthielden ’t niet. - Brutaalweg durfden zij God uit te dagen
door Hem om meer te eten te gaan vragen.
Ze zeiden: ‘Hoever zal zijn macht wel strekken?
Kan Hij in de woestijn een tafel dekken?
Kan Hij door wie uit rotsen water spoot
ons hier soms ook voorzien van vlees en brood?’ - Maar toen ontstak de HEER in grote woede.
Wist Israël dan niet dat Hij hen hoedde?
Daarom liet Hij de wolken open scheuren
en opende voor hen de hemeldeuren.
Zo regende er manna op hen neer
en ieder at het, alle dagen weer. - Ook deed de HEER een sterke wind opsteken,
waardoor er vogels in het kamp neerstreken.
Zo had Hij hun toch volop vlees gezonden,
meer dan genoeg – het stak nog in hun monden
of dood sloeg God de grootste gulzigaards.
Ja, zelfs de sterksten werden niet gespaard. - Toch lieten zij hun ongeloof niet varen,
dus gaf God hun verschrikkelijke jaren.
Sloeg Hij hen hard en moesten zij zwaar lijden,
dan vroegen zij opnieuw naar hun bevrijder.
Maar ook al praatten ze Hem naar de mond,
nog was hun hart niet trouw aan zijn verbond. - Toch wilde Hij hun zonde nog vergeven.
In zijn genade liet Hij hen in leven.
Zijn grote woede bracht Hij tot bedaren,
want Hij bedacht hoe nietig zij wel waren.
Maar hoe vaak werd Hij niet in de woestijn
door hen getest, of Hij wel trouw zou zijn? - Want zij vergaten hoe Hij hen bevrijd had
en met zijn hand Egypte uit geleid had.
De Nijl werd bloed en was niet meer te drinken.
Hij deed het land van dode kikkers stinken.
Steekvliegen staken pijnlijk en massaal.
Een sprinkhaanplaag vrat alle akkers kaal. - Wijnstok en vijgenboom werd kaalgeslagen
door ijzel en door grote stenen hagel.
Het vee werd aan het noodweer prijsgegeven,
veel dieren lieten door de pest het leven.
God zond zijn woede heel Egypte door,
zodat het elke oudste zoon verloor. - Zo was het God die zelf zijn volk bevrijdde
en als een kudde de woestijn door leidde.
Veilig was het – hun vijand was verdronken.
Nu heeft Hij hun dit heilig land geschonken,
een erfbezit rondom zijn eigen berg.
De heidenvolken joeg Hij voor hen weg. - Toch bleven zij zich tegen God verzetten.
Ontrouw negeerden zij opnieuw zijn wetten
door net als hun voorvaders af te dwalen.
Zoals een haperende boog blijft falen,
zo schoten zij ook steeds hun doel voorbij
en tergden God met hun afgoderij. - Toen Hij dat hoorde, werd Hij zeer verbolgen.
Voor Israël had dat grote gevolgen.
Niet langer wilde God in Silo tronen
en in een tent bij mensen blijven wonen.
Zijn ark gaf Hij de vijand in de hand
en zo verdween zijn luister uit het land. - God liet zijn erfdeel voor zijn woede beven,
want aan het zwaard had Hij hen prijsgegeven.
Het vuur verteerde al hun jongemannen,
de priesters zelfs zijn door het zwaard gevallen.
Geen meisje hoorde nog een bruiloftslied,
geen weduwe gaf stem aan haar verdriet. - Maar toen, zoals een held grijpt naar zijn wapen,
zodra hij maar zijn roes heeft uitgeslapen,
ontwaakte God en sloeg zijn tegenstanders.
Hij joeg hen op en maakte hen te schande.
Toch ging de Heer aan Jozefs tent voorbij,
want niet de stam van Efraïm koos Hij. - De stam van Juda heeft Hij uitverkoren.
Hem zou de eerste plaats nu toebehoren.
Hij koos de Sionsberg om er te tronen
en bouwde daar een huis om in te wonen,
een heiligdom dat in de hemel reikt,
maar vast staat als de aarde, voor altijd. - Zijn dienaar David riep Hij uit de kooien
vol schapen, ja, vol lammerende ooien.
Hem koos Hij uit om Israël te weiden.
Jakob, Gods eigen kudde, moest hij leiden.
Met vaste hand heeft hij het volk gehoed,
oprecht, zoals een goede herder doet.
Deze psalmberijming is een project in uitvoering. Ik probeer regelmatig een nieuwe psalm te plaatsen, maar ik heb geen idee hoe vaak dat gaat lukken en ook niet of dit project ooit afkomt.
Psalmen zijn natuurlijk bedoeld om te zingen, dus ik heb er geen bezwaar tegen als dat gebeurt. Wel zou ik het leuk vinden om dat dan ook te weten.
En ik zou je willen vragen deze berijming niet verder te verspreiden zonder mijn toestemming en nooit zonder bronvermelding.




















