Berijming van Psalm 73

0
50

Een psalm van Asaf.

  1. Ja, God is goed voor Israël,
    voor wie oprecht Hem dient, jawel!
    Ik wist het, maar was niet tevreden
    en bijna was ik uitgegleden.
    Als ik naar goddelozen keek,
    wier leven enkel voorspoed leek
    – in rust en vrede leven die –
    dan kwelde mij zo’n jaloezie.
  2. Zij blijven levenslang gezond
    en eten fijn hun buiken rond.
    Ze lijden niet als andre mensen,
    maar alles gaat zoals ze wensen.
    Met trots en onrecht pronken zij.
    Hoogmoedig zetten ze daarbij
    een grote mond op tegen God.
    Door heel de wereld klinkt hun spot.
  3. Straks loopt het hele volk hen na,
    want waarom niet? ’t Gaat goed! Wel ja!
    Het luistert gretig naar hun leugen,
    ’t geniet ervan met volle teugen.
    Het zegt: ‘Hoe blijkt dat God het ziet?
    De Allerhoogste weet het niet!’
    Want ongehinderd doen zij maar.
    Zo groeit hun rijkdom jaar na jaar.
  4. Voor niets was ik mijn handen rein!
    Het heeft geen zin oprecht te zijn.
    Gestraft word ik toch alle dagen,
    ja, ’s ochtends al word ik geslagen.
    Maar doe ik mee met hun gepraat,
    pleeg ik daarmee dan geen verraad
    aan alle kinderen van U?
    Ik snap het niet – wat moet ik nu?
  5. Dit was wat mij mijn rust ontnam,
    totdat ik in Gods tempel kwam.
    Want hoe hun voorspoed hier ook schrijnde,
    daar ging ik letten op hun einde.
    Hoe glad hun leven ook verliep,
    ze glijden uit en vallen diep.
    Ze zijn, wanneer U, Heer, ontwaakt,
    een boze droom die snel vervaagt.
  6. Verbitterd was ik, ja, zo boos
    dat ik zo dom en redeloos,
    ja, als een dier me heb gedragen:
    ik wist van niets – toch bleef ik klagen.
    Maar U staat altijd aan mijn kant
    en houdt me veilig bij de hand.
    Nadat uw raad me heeft geleid,
    neemt U me op in heerlijkheid.
  7. Wie heb ik in de hemel, Heer?
    U bent daar toch – wat wil ik meer?
    Naast U heeft immers hier op aarde
    geen enkel ding voor mij nog waarde.
    Wanneer mijn lijf geen kracht meer heeft
    en ook mijn hart het straks begeeft,
    raak ik toch God, mijn rots, niet kwijt:
    Hem heb ik tot in eeuwigheid.
  8. Wie liever ver bij U vandaan
    hun leven leiden, die vergaan.
    Omdat zij ontrouw U verlaten,
    zal niets hun dan nog kunnen baten.
    Maar ik verlang niets anders meer
    dan dat ik schuil bij God de HEER.
    Want Hij heeft zoveel goeds gedaan.
    Daar zal ik van vertellen gaan.

Deze psalmberijming is een project in uitvoering. Ik probeer regelmatig een nieuwe psalm te plaatsen, maar ik heb geen idee hoe vaak dat gaat lukken en ook niet of dit project ooit afkomt.

Psalmen zijn natuurlijk bedoeld om te zingen, dus ik heb er geen bezwaar tegen als dat gebeurt. Wel zou ik het leuk vinden om dat dan ook te weten.

En ik zou je willen vragen deze berijming niet verder te verspreiden zonder mijn toestemming en nooit zonder bronvermelding.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in