
- Zing om de HEER te prijzen,
die tot in eeuwigheid
ons liefde blijft bewijzen
en goedertierenheid.
Wie Hij verzameld heeft
van overal op aarde
en die Hij vrijheid geeft,
bezingen zijn genade! - Ze dwaalden door woestijnen,
steeds zonder vast verblijf.
De honger deed hen kwijnen,
dorst teisterde hun lijf.
Maar riepen zij de HEER
of Hij hen kwam bevrijden,
dan redde Hij hen weer
uit al hun angst en lijden. - Laat hen de HEER nu prijzen
om wat Hij voor ons doet!
Zijn wonderen bewijzen:
Hij is zo trouw en goed.
Hij maakte paden vrij
op weg naar eigen steden.
Hun dorst, die leste Hij,
wie honger had, kreeg eten. - Ze zaten vastgebonden,
gevangen in een klem.
Dat was om al hun zonden.
Hulp was er niet voor hen.
Maar riepen zij de HEER
of Hij hen kwam bevrijden,
dan redde Hij hen weer
uit al hun angst en lijden. - Laat hen de HEER nu prijzen
om wat Hij voor ons doet!
Zijn wonderen bewijzen:
Hij is zo trouw en goed.
Hij maakte hen weer vrij.
Hun boeien liet Hij scheuren.
Het slot brak los, want Hij
versplinterde de deuren. - Ze werden ziek van zonde
en lustten zelfs geen brood,
zodat ze zich bevonden
op ’t randje van de dood.
Maar riepen zij de HEER
of Hij hen kwam bevrijden,
dan redde Hij hen weer
uit al hun angst en lijden. - Laat hen de HEER nu prijzen
om wat Hij voor ons doet!
Zijn wonderen bewijzen:
Hij is zo trouw en goed.
Laat hen die van de HEER
het leven terug ontvingen
met offers tot zijn eer
zijn daden blij bezingen. - Ze voeren uit op schepen
over de grote zee.
Daar hebben ze begrepen:
ze maakten Gods werk mee.
Want toen Hij één woord sprak,
toen werden ze bedolven
– omdat een storm opstak –
door hemelhoge golven. - Ze rezen en ze daalden,
ze tolden dronken rond.
Hun stuurmanskunsten faalden,
ze liepen aan de grond.
Maar riepen zij de HEER
of Hij hen kwam bevrijden,
dan redde Hij hen weer
uit al hun angst en lijden. - Laat hen de HEER nu prijzen
om wat Hij voor ons doet!
Zijn wonderen bewijzen:
Hij is zo trouw en goed.
Laat hen Hem eren gaan
waar heel het volk vergadert.
Ze legden veilig aan,
want Hij kalmeerde ’t water. - Gebied met brede stromen
maakt Hij tot dorstig land.
In plaats van bronnen komen
woestijnen vol met zand.
Vruchtbare weidegrond
verdrinkt Hij in zout water,
als men het recht daar schond
en goed doen er blijft haten. - Maar ook maakt Hij woestijnen
tot nat en vruchtbaar land,
waar mens en vee gedijen,
en waar men zaait en plant.
Een rijke oogst geeft Hij
aan hen die honger leden.
Met velen wonen zij
nu in hun eigen steden. - Vorsten maakt Hij te schande,
hun wegen lopen dood.
Armen draagt Hij op handen
en hun gezin groeit groot.
Blij zien oprechten het.
Wie onrecht doet, moet zwijgen.
Wie op Gods goedheid let,
zal zeker inzicht krijgen.
Deze psalmberijming is een project in uitvoering. Ik probeer regelmatig een nieuwe psalm te plaatsen, maar ik heb geen idee hoe vaak dat gaat lukken en ook niet of dit project ooit afkomt.
Psalmen zijn natuurlijk bedoeld om te zingen, dus ik heb er geen bezwaar tegen als dat gebeurt. Wel zou ik het leuk vinden om dat dan ook te weten.
En ik zou je willen vragen deze berijming niet verder te verspreiden zonder mijn toestemming en nooit zonder bronvermelding.



















