9.8 – Gods wijsheid, goedheid en genade

0
6

Echter, deze kennis, wil en macht is geen willekeur, maar is in alle delen moreel bepaald. Dat komt al uit in de wijsheid die in de Heilige Schrift aan God wordt toegekend Spr. 8:22-31, Job 28:20-28, Rom. 16:27, 1 Tim. 1:17 en waardoor Hij alles inricht en bestuurt in overeenstemming met het doel dat Hij zich bij schepping en herschepping heeft voorgenomen. Ps. 104:24, Ef. 3:10, Rom. 11:33 Maar verder wordt dit helder en duidelijk uitgesproken in de goedheid en genade die aan de ene kant en in de heiligheid en gerechtigheid die aan de andere kant aan God worden toegeschreven. God is niet alleen de alwetende en de almachtige. Hij is ook de algoede, alleen goed, Mat. 10:18 volmaakt, Mat. 5:48 en bron van alles wat goed is in schepselen. Ps. 145:9 Deze goedheid van God breidt zich over heel de wereld uit, Ps. 145:9, Mat. 5:45 maar wijzigt zich afhankelijk van de objecten waar ze zich op richt en neemt dan als het ware verschillende vormen aan. Ze heet lankmoedigheid als ze zich betoont aan strafwaardigen, Rom. 3:25 genade als ze bewezen wordt aan schuldigen die vergeving van zonden ontvangen, Ef. 2:8 liefde als God uit genade zichzelf aan schepselen meedeelt en schenkt, Joh. 3:16, 1 Joh. 4:8 goedertierenheid als Gods goedheid zich bewijst aan zijn gunstgenoten, Gen. 39:21, Num. 14:19, Jes. 54:10, Ef. 2:7 welbehagen als er de nadruk op valt dat die goedheid met al haar weldaden een vrije gave is. Mat. 11:26, Luk. 2:14, 12:32, 2 Thes. 1:11

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in