9.5 – Gods onmededeelbare eigenschappen

0
11

Onder de onmededeelbare eigenschappen moeten we dus de deugden of volmaaktheden van God verstaan die aangeven dat alles wat in God is, bij Hem op absoluut goddelijke wijze bestaat, dus in een mate die niet vatbaar is voor mededeling aan schepselen. Deze groep eigenschappen handhaaft de absolute verhevenheid en onvergelijkbaarheid van God en vindt haar duidelijkste vertolking in de naam Elohim, God. Weliswaar wordt de naam God ook op schepselen toegepast. Niet alleen spreekt de Heilige Schrift over de afgoden van de heidenen soms als goden, bijvoorbeeld als ze ons verbiedt andere goden voor ons aangezicht te hebben. Ex. 20:3 De Schrift noemt Mozes ook een God voor Aäron Ex. 4:16 en voor Farao. Ex. 7:2 Ze duidt de rechters aan als Goden Ps. 82:1, 82:6 en Christus beroept zich daarop om zich te verdedigen. Joh. 10:33-35

Maar dit spraakgebruik is figuurlijk en afgeleid. De naam God komt oorspronkelijk en wezenlijk alleen aan God toe. Met die naam verbinden we altijd het denkbeeld van een wel persoonlijke, maar toch boven alle schepselen verheven, oneindige macht. God alleen is God.

Als zodanig komen Hem de onmededeelbare eigenschappen toe. Die zijn Hem alleen eigen, komen in geen schepsel voor en kunnen zelfs niet aan enig schepsel worden meegedeeld. Want alle schepselen zijn afhankelijk, veranderlijk, samengesteld, aan tijd en ruimte onderworpen. Maar God is onafhankelijk, zodat Hij door niets, maar alles in absolute zin door Hem wordt bepaald. Hand. 17:25, Rom. 11:36 Hij is onveranderlijk, zodat Hij eeuwig dezelfde blijft en elke ommekeer valt aan de kant van het schepsel en in de verhouding waarin dit schepsel zich stelt tegenover Hem. Jak. 1:17 Hij is eenvoudig, zodat Hij volkomen vrij is van alle samenstelling van geest en materie, denken en uitgebreidheid, wezen en eigenschappen, verstand en wil enzovoort en alles is wat Hij heeft: louter waarheid, leven en licht. Ps. 36:10, Joh. 5:26, 1 Joh. 1:5 Hij is eeuwig, zodat Hij boven alle tijd verheven is en toch elk moment van de tijd met zijn eeuwigheid doordringt. Ps. 90:2 Hij is alomtegenwoordig, zodat Hij verheven is boven alle ruimte en toch ieder punt van de ruimte draagt met zijn almachtige en alomtegenwoordige kracht. Ps. 139:7, Hand. 17:27-28

In de nieuwere tijd zijn er niet weinigen die aan deze onmededeelbare eigenschappen alle waarde voor het religieuze leven ontzeggen en er niets dan metafysische (bovennatuurlijke) abstracties in zien. Maar het tegendeel wordt bewezen doordat het prijsgeven van deze eigenschappen meteen de deur openzet voor het pantheïsme (algodendom) en voor het polytheïsme (heidens veelgodendom).

Als God niet onafhankelijk en onveranderlijk, eeuwig en alomtegenwoordig, eenvoudig en vrij van alle samenstelling is, wordt Hij neergetrokken naar het schepsel en vereenzelvigd met de wereld in haar geheel of met een van haar krachten. Elke dag neemt dan ook het aantal toe van hen die de God van de openbaring inruilen voor de immanente wereldkracht of ook aan het polytheïsme (het heidens veelgodendom) de voorkeur geven boven de belijdenis van de ene, echte God. Met de onmededeelbare eigenschappen hangt onlosmakelijk de eenheid en de enigheid van God samen. Deut. 6:4, Mar. 12:29, Joh. 17:3 God is alleen de ene en de enige God wanneer boven, naast of onder Hem niemand of niets kan zijn wat Hij is. En ook alleen wanneer Hij onafhankelijk en onveranderlijk, eeuwig en alomtegenwoordig is, kan Hij de God zijn van ons onvoorwaardelijk geloof, van ons absoluut vertrouwen, van onze volkomen zaligheid.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in