7 – De ware leer leidt niet tot oproer

0
119

Ten slotte, onze tegenstanders handelen onzuiver als ze ons in een kwaad daglicht proberen te stellen door te vertellen hoeveel oproer, onrust en twist de prediking van onze leer meegebracht heeft en wat voor vruchten ze nu bij veel mensen draagt. Want het is niet terecht dat de schuld van die rampen op onze leer geschoven wordt. Die schuld hoort aan de kwaadaardigheid van de satan te worden toegeschreven.

Altijd gaat het Woord van God hiermee gepaard: als het te voorschijn komt, blijft de satan nooit rustig slapen. Dit is een heel betrouwbaar kenmerk van het Woord, waardoor je het gemakkelijk kunt onderscheiden van elke valse leer. Want valse leer is gemakkelijk te herkennen. Iedereen luistert er graag naar en de hele wereld juicht die toe. Enkele eeuwen geleden was alles in zo’n diepe duisternis gehuld, dat de heer van deze wereld met bijna alle stervelingen kon doen waar hij zin in had. Als een Sardanapalus kon hij toen vredig blijven liggen en zich vermaken. Hij had immers niets anders te doen dan lachen en spelen. Hij kon zijn rijk in alle rust en vrede in bezit houden.

Maar toen begon er van bovenaf een beetje licht te schijnen en werd zijn duisternis een klein beetje verdreven. Toen bracht de machtige zijn rijk in beroering en verstoorde de rust. En toen begon de satan de lusteloosheid, waar hij aan gewend geraakt was, van zich af te schudden en naar de wapens te grijpen. Eerst jutte hij de mensen op om in actie te komen, om zo de oplichtende waarheid met geweld te onderdrukken. En toen hij daarmee niets bereikte, nam hij zijn toevlucht tot list en bedrog. Door middel van zijn wederdopers en ander gespuis verwekte hij onenigheid en twist over de leer. Zo wilde hij de leer verduisteren en uitwissen. En nu gaat hij er nog steeds mee door om op die beide manieren de leer aan te vallen. Hij probeert immers met geweld van mensen het ware zaad uit te rukken en hij probeert het door zijn onkruid zoveel mogelijk te verstikken. Want hij wil niet dat het opgroeit en vrucht draagt. Maar het is allemaal tevergeefs, als wij luisteren naar de waarschuwing van de Heer. Hij heeft ons lang van tevoren laten zien welke trucs de satan gebruikt. Hij kan ons daarom niet onverhoeds vangen. God heeft ons sterk genoeg bewapend.

Trouwens, het laat wel zien hoe kwaadaardig onze tegenstanders zijn. Ze geven Gods Woord de schuld van het oproer van de goddeloze rebellen, of van de sekten van de bedriegers. Maar die zijn juist tegen dat Woord gericht. Toch bestaan daar ook voorbeelden van in het verleden. Elia kreeg de vraag of hij het niet was die onrust over Israël bracht.1 Christus werd door de joden als een oproerkraaier beschouwd.2 De apostelen werden ervan beschuldigd dat ze het volk opruiden.3 Is dat niet hetzelfde als wat degenen doen die ons tegenwoordig al het oproer, elke opschudding en elke twist aanrekenen, die tegen ons opborrelen? Maar wat we hen moeten antwoorden, heeft Elia ons geleerd: wij zijn het niet die dwalingen rondstrooien of opschudding verwekken. Ze zijn het zelf, want ze strijden tegen de kracht van God.4

Dat ene is genoeg om hun brutaliteit in te tomen. Toch moeten we aan de andere kant ook tegemoetkomen aan de domheid van de mensen. Meer dan eens worden ze aan het wankelen gebracht, omdat dergelijke beschuldigingen hen raken en verwarren. Ze hoeven zich echter niet van hun stuk te laten brengen. Ze moeten weten dat de apostelen in hun tijd hetzelfde hebben ervaren als wat ons nu overkomt.

Petrus zegt dat onwetende en onstandvastige mensen tot hun eigen ondergang verdraaiden wat Paulus had geschreven namens God.5 Mensen die God verachtten, hoorden dat de zonde was toegenomen, zodat de genade meer dan overvloedig zou worden. En toen brachten ze daar meteen tegen in: dan blijven we in de zonde, zodat de genade toeneemt.6 En toen ze hoorden dat de gelovigen niet meer onder de wet leven, zeiden ze meteen: dan blijven we zondigen, want we leven niet meer onder de wet, maar onder de genade.7 Er waren mensen die Paulus ervan beschuldigden dat hij de mensen ertoe aanspoorde om kwaad te doen.

Veel valse apostelen drongen de kerken binnen die Paulus zelf gesticht had, om die te vernielen.8 Sommigen predikten het evangelie uit afgunst en rivaliteit, met onzuivere bedoelingen, om Paulus’ gevangenschap nog zwaarder te maken.9 In sommige plaatsen boekte het evangelie maar weinig vooruitgang. Ieder zocht zijn eigen belang en niet dat van Jezus Christus.10 Anderen keerden terug, als honden naar hun eigen braaksel en als varkens rolden ze weer door de modder.11 Heel veel mensen misbruikten de geestelijke vrijheid voor vleselijke bandeloosheid.12

Velen drongen de kerk binnen als broeders, maar daarna vormden ze een gevaarlijke bedreiging voor de vromen. Onder de broeders zelf ontstonden allerlei discussies.

Wat moesten de apostelen hieraan doen? Moesten ze het evangelie soms een tijdlang verborgen houden, of nog beter, helemaal opgeven? Ze zagen immers dat het een broedplaats was van zoveel twist, een bron van zoveel gevaar, een aanleiding tot zoveel ergernis. Maar in dergelijke moeiten bedachten ze dat Christus een steen des aanstoots en een struikelblok was.13 Velen zouden door hem ten val komen of juist opstaan. Hij was een teken dat tegengesproken zou worden.14 En gewapend met dat vertrouwen, doorstonden ze onverschrokken alle gevaren van onrust en ergernis.

Ook wij moeten ons laten steunen door diezelfde overweging. Paulus getuigt dat het evangelie altijd een doodsgeur is voor degenen die verloren gaan, ook al is het voor ons juist bedoeld als een levensgeur en een kracht van God tot redding van degenen die geloven.15 Dit zouden we ook zeker ervaren, als we niet zo ondankbaar waren om dit bijzondere geschenk van God te bederven en om te keren. En zo wordt wat het enige redmiddel had moeten zijn voor ons behoud, onze ondergang.

11 Koningen 18:17

2Lucas 23:5

3Handelingen 24:5

41 Koningen 18:18

52 Petrus 3:16

6Romeinen 6:1

7Romeinen 6:15

81 Korinthiërs 1:10-12; 2 Korinthiërs 11:4; Galaten 1:6-7

9Filippenzen 1:15-17

10Filippenzen 2:3

112 Petrus 2:22

122 Petrus 2:18

13Romeinen 9:33; 1 Petrus 2:6-8

14Lucas 2:34

152 Korinthiërs 2:15-16

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in