7.9 – Canon, handschriften, vertalingen en uitleg van de Heilige Schrift

0
57

Met dit onderzoek naar het ontstaan van de verschillende Bijbelboeken is de studie van de Schrift niet afgelopen, maar pas begonnen. Rondom de Schrift heeft zich langzamerhand een hele kring van wetenschappen gevormd, die allemaal als einddoel hebben om ons haar zin en betekenis nog beter te laten verstaan. Laat ik er hier alleen het volgende nog van zeggen.

In de eerste plaats zijn de verschillende Bijbelboeken niet alleen ieder op zichzelf ontstaan, maar zijn ze ook verzameld en samengevoegd tot een canon, dat is een lijst of groep van geschriften die dienen als een regel van geloof en leven. Zo’n verzameling vond er soms ook al plaats bij enkele Bijbelboeken. De Psalmen en de Spreuken bijvoorbeeld zijn van verschillende personen afkomstig en zijn langzamerhand tot één bundel bijeengebracht. Ditzelfde heeft later met alle Bijbelboeken plaatsgevonden. We mogen dit echter niet opvatten alsof de kerk deze canon had gemaakt, alsof zij aan de geschriften van de profeten en apostelen canoniek gezag had geschonken. Want die geschriften hadden van het ogenblik af dat ze ontstonden in de kringen van de gemeente gezag en golden als regel van geloof en leven. Gods Woord, eerst onbeschreven en later beschreven, ontleent zijn gezag niet aan mensen, ook niet aan de gelovigen, maar aan God. Hij waakt ook zelf over zijn Woord en zorgt er zelf voor dat het erkent wordt.

Maar later nam het aantal profetische en apostolische geschriften toe en zagen er daarnaast ook wel eens geschriften het licht die niet van profeten en apostelen afkomstig waren, maar wel op hun naam gesteld waren of ook in sommige kringen voor hun geschriften doorgingen. Toen werd het voor de kerk noodzakelijk om de echte, canonieke boeken te onderscheiden van de valse, vermeende, apocriefe of pseudepigrafische geschriften te onderscheiden en van de eerstgenoemde een lijst op te stellen. Dat is zowel met de boeken van het Oude Testament in de tijd vóór Jezus, als met die van het Nieuwe Verbond in de vierde eeuw na Christus gebeurd. En er is een speciale wetenschap die dit alles nauwkeurig onderzoekt en de canoniciteit van de Bijbel aan het licht probeert te brengen.

In de tweede plaats zijn de oorspronkelijke handschriften die door de profeten en de apostelen zelf geschreven zijn allemaal zonder uitzondering verloren gegaan. We hebben er alleen nog afschriften van. En de oudste van die afschriften dateren voor het Oude Testament uit de negende en tiende eeuw en voor het Nieuwe Testament uit de vierde en vijfde eeuw na Christus. Er liggen dus eeuwen tussen de oorspronkelijke handschriften en de nu nog bestaande afschriften. In die eeuwen heeft de tekst een geschiedenis gehad en is die aan kleinere of grotere veranderingen onderworpen geweest.

Zo kwamen er, om maar iets te noemen, in de oorspronkelijke Hebreeuwse handschriften geen vocaaltekens (klinkertekens) en geen leestekens en ook geen indelingen voor. Die zijn pas eeuwen later in de afschriften aangebracht.

De indeling in hoofdstukken, zoals wij die nu gebruiken, is pas afkomstig uit het begin van de dertiende eeuw en de indeling in verzen uit het midden van de zestiende eeuw. Om al deze redenen is er een wetenschap nodig die met alle beschikbare hulpmiddelen de oorspronkelijke tekst probeert vast te stellen en die als basis geeft voor de uitleg.

In de derde plaats is het Oude Testament in het Hebreeuws en het Nieuwe Testament in het Grieks geschreven. Zodra de Bijbel verspreid werd onder mensen die deze talen niet verstonden, werd dus een vertaling noodzakelijk. Al in de derde eeuw vóór Christus begon men met een vertaling van het Oude Testament in het Grieks. En later werd zo’n vertolking van het Oude en het Nieuwe Testament in vele oude en nog weer later in vele nieuwe talen voortgezet. Na de herleving van de zending onder de heidenen in de negentiende eeuw is deze arbeid weer met ijver ter hand genomen en nu is de Schrift geheel of gedeeltelijk in bijna vierhonderd talen en geheel in honderd talen vertaald. Ook de studie van deze vertalingen, vooral uit de oudheid, is voor het juiste begrip van de Heilige Schrift heel belangrijk. Want elke vertaling is ook eigenlijk al een uitleg van de Schrift.

In de vierde plaats ten slotte is er ook aan de uitleg van de Heilige Schrift van de dagen van de Joden af, alle eeuwen door en niet het minst in onze tijd, ontzaglijk veel zorg en moeite besteed. En nu is het ook waar dat elke ketter zijn letter heeft en veel uitleg een inleggen is van eigen mening. Maar toch vertoont de geschiedenis van de verklaring van de Heilige Schrift een opmerkelijke vooruitgang, waar elke eeuw het hare aan bijdraagt. Het is tenslotte God zelf die vaak door allerlei menselijke afdwalingen heen zijn Woord handhaaft en zijn gedachten laat triomferen over de wijsheid van de wereld.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in