Insitutie Vooraf Aan Frans I, koning van Frankrijk 4 – De ware leer gaat niet in tegen de kerkvaders

4 – De ware leer gaat niet in tegen de kerkvaders

Verder durven onze tegenstanders beweren dat wij ingaan tegen de kerkvaders. Ik bedoel dan de oude schrijvers uit een tijd dat alles nog beter was. Alsof die kerkvaders hen in hun goddeloosheid zouden steunen! Als de strijd beslecht moest worden door het gezag van de kerkvaders, dan zouden – om het maar bescheiden te stellen – onze kansen op de overwinning heel gunstig zijn.

Maar al hebben de kerkvaders veel uitstekende en wijze dingen geschreven, in enkele zaken is hun overkomen wat mensen altijd overkomt. Toch aanbidden hun zogenaamde vrome zonen, slinks als ze zijn, alleen hun vergissingen en dwalingen. Wat de kerkvaders goed gezegd hebben, zien onze tegenstanders niet, of ze doen alsof ze het niet zien, of ze verdraaien het. Je zou haast zeggen dat ze hun uiterste best gedaan hebben om in goud naar modder te zoeken. En dan gaan ze ons met luid geschreeuw te lijf, alsof wij de kerkvaders zouden verachten en bestrijden!

Maar wij verachten de kerkvaders helemaal niet. Als het in mijn opzet zou passen, zou ik geen enkele moeite hoeven doen om de belangrijkste punten van wat wij tegenwoordig beweren te onderbouwen met hun getuigenissen. Maar als wij ons met hun geschriften bezighouden, herinneren we ons er steeds aan dat alles van ons is, maar alleen om ons daardoor te laten dienen. Niet om ons erdoor te laten overheersen. Want we zijn alleen van Christus. Hem alleen moeten we gehoorzamen, zonder uitzondering. 1 Korinthiërs 3:21 Wie dat onderscheid loslaat, zal in de godsdienst geen zekerheid vinden. Want er zijn veel dingen die die heilige mannen niet geweten hebben. Vaak zijn ze het niet met elkaar eens. Soms spreken ze zelfs zichzelf tegen.

Niet voor niets, zo zeggen onze tegenstanders, vermaant Salomo ons om geen oude grenspalen te verplaatsen, die onze voorvaders gezet hebben. Spreuken 22:38 Maar dat gaat over de grenspalen van akkers. Dezelfde regel geldt niet ook voor de grenspalen van het geloof. Want in het geloof moeten we ons volk en het huis van onze vader juist vergeten. Psalm 45:11 Als ze deze tekst zo graag als beeldspraak willen lezen, waarom leggen ze het dan niet zo uit, dat in de eerste plaats de apostelen de voorvaders zijn van wie we geen grenspalen mogen weghalen? Zo heeft Hiëronymus1 het uitgelegd en zijn woorden hebben ze in hun canones opgenomen. En als ze willen dat de grenspalen blijven staan van hen die zij bedoelen met de voorvaders, waarom overschrijden ze die grenzen dan zelf vrijuit, zo vaak ze daar maar zin in hebben?

Het was een van de kerkvaders die zei dat onze God niet eet en drinkt en dus geen borden of bekers nodig heeft.2 En een ander heeft gezegd dat voor de sacramenten geen goud nodig is en dat je dingen die je niet met goud kunt kopen, ook niet mooier kunt maken met goud.3 Onze tegenstanders overschrijden dus een grens als ze in hun rituelen zoveel waarde hechten aan goud, zilver, ivoor, marmer, edelstenen en zijden stoffen. Als ze denken dat God niet behoorlijk gediend wordt als niet alles overloopt van schitterende rijkdom, of liever van dwaze overdaad.

Het was een kerkvader die zei dat hij gerust vlees at op een dag dat anderen dat niet deden, juist omdat hij een christen was.4 Dus gaan onze tegenstanders een grens over als ze iemand in de ban doen als hij tijdens de veertigdagentijd vlees eet.

Het was een kerkvader die zei dat je een monnik die niet met zijn handen werkt, moet beschouwen als een misdadiger of een struikrover.5 Een andere kerkvader heeft gezegd dat monniken niet mogen leven van het bezit van anderen, ook al zijn ze altijd bezig met mediteren, bidden en studeren.6 Ook deze grens hebben onze tegenstanders overschreden, toen ze luie monniken met hun vadsige buiken in hun liederlijke bordelen bij elkaar zetten, om zich vet te mesten met andermans goed.

Het was een kerkvader die zei dat het een vreselijke gruwel is om in christelijke kerken Christus of een of andere heilige afgebeeld te zien op een schilderij.7 En dit is niet slechts door één man zo gezegd. Zelfs een kerkelijk concilie heeft besloten dat we niet op de muren mogen schilderen wat we vereren.8 Onze tegenstanders blijven absoluut niet binnen deze grenzen, want ze laten nog geen hoekje vrij van afbeeldingen.

Een andere kerkvader adviseerde om de doden verder te laten rusten, als we hun bij de begrafenis de laatste eer bewezen hebben.9 Deze grens doorbreken onze tegenstanders als ze ons ertoe aanzetten om ons voortdurend druk te blijven maken om de doden.

Het was een van de kerkvaders die verklaarde dat brood en wijn ook tijdens de eucharistie gewoon brood en wijn blijven, net zoals Christus de Heer echt mens bleef, ook al was zijn menselijke natuur verbonden met de goddelijke natuur.10 Dus treden onze tegenstanders buiten de grenzen als ze beweren dat, zodra bij de eucharistie de woorden van de Heer uitgesproken zijn, brood en wijn geen brood en wijn meer zijn, maar lichaam en bloed van Christus.

Het waren kerkvaders die slechts één eucharistie bedienden aan heel de kerk. Slechte mensen en misdadigers hielden ze af van de eucharistie, maar tegelijk veroordeelden ze ernstig iedereen die wel aanwezig was, maar geen deel nam.11 Hoever hebben onze tegenstanders die grenzen verlegd! Ze vullen niet alleen de kerken, maar zelfs de huizen van particulieren met hun missen. En ze laten iedereen toe om daarbij te zijn, vooral als iemand veel geld neertelt, hoe onrein of verdorven hij ook mag zijn. Maar ze nodigen niemand uit om in geloof in Christus deel te nemen aan de sacramenten. In plaats daarvan verkopen ze hun eigen werk, alsof dat de genade is die Christus voor ons verdiend heeft.

Het was een kerkvader die bevel gaf dat mensen die bij het heilig avondmaal van Christus tevreden waren met het ene deel en zich van het andere deel onthielden, volledig van het avondmaal moesten worden afgehouden.12 Een andere kerkvader pleit er sterk voor dat het bloed van hun Heer niet onthouden mag worden aan gewone christenen. Zij krijgen immers ook bevel om, als ze Christus belijden, hun eigen bloed te vergieten.13 Ook deze grenzen hebben onze tegenstanders weggehaald. Want ze hebben een wet aangenomen die niet overtreden mag worden en in die wet bevelen ze juist wat de eerstgenoemde kerkvader met de ban bestrafte en wat de laatstgenoemde sterk afkeurde.

Het was een kerkvader die verzekerde dat het onnadenkend is om in een onduidelijke zaak een keus te maken voor het een of het ander, als de Schrift daarvoor geen duidelijke aanwijzingen geeft.14 Deze grens zijn onze tegenstanders vergeten, want ze hebben zoveel besluiten, regels en bepalingen vastgesteld zonder enig woord van God.

Het was een kerkvader die Montanus15 naast andere ketterijen ook verweet dat hij de eerste was die wetten oplegde voor het vasten.16 Ook deze grens hebben onze tegenstanders ver overschreden, want ze hebben het vasten met zeer strenge wetten geregeld.

Het was een kerkvader die zei dat het de dienaren van de kerk niet verboden mocht worden om te trouwen. Seksuele gemeenschap met je eigen vrouw noemde hij kuis.17 En andere kerkvaders hebben met zijn uitspraak ingestemd. Deze grens hebben onze tegenstanders overschreden, want ze hebben hun priesters streng bevolen ongetrouwd te blijven.

Het was een kerkvader die vond dat we alleen naar Christus moeten luisteren. Want van Hem is gezegd: ‘Luister naar Hem.’ Mattheüs 17:5 Hij vond ook dat we niet moeten letten op wat anderen vóór ons gezegd of gedaan hebben. We moeten alleen letten op wat Christus bevolen heeft, want Hij is in rang de hoogste van iedereen.18 Aan deze grens houden onze tegenstanders zich niet en ze staan ook niet toe dat anderen zich eraan houden. Want ze stellen over zichzelf en over anderen liever alle mogelijke andere meesters aan dan Christus.

Het was een kerkvader die beweerde dat de kerk zich niet boven Christus moet stellen. Want Christus oordeelt altijd juist, maar de kerkelijke rechters zijn mensen en vergissen zich daarom heel vaak.19 Ook deze grens hebben onze tegenstanders geschonden, want ze aarzelen niet om te verzekeren dat het gezag van de Schrift volledig afhangt van het oordeel van de kerk.

Alle kerkvaders hebben het eenparig afgekeurd en vervloekt dat Gods heilig Woord besmeurd werd door spitsvondige drogredeneringen of betrokken werd in diepzinnige debatten. Blijven onze tegenstanders binnen die grenzen? Ze besteden hun leven aan eindeloze discussies en spitsvondige disputen, waarmee ze de eenvoud van de Schrift verduisteren en haar ingewikkeld maken. Dat noemen ze speculatieve theologie. Maar als de kerkvaders nu zouden opstaan en dat soort debatten zouden horen, dan zouden die gewoon denken dat ze God ter discussie stelden.

Onze tegenstanders willen gehoorzame zonen van de kerkvaders lijken. Mijn verhaal zou echter veel te lang worden als ik zou willen nagaan hoe brutaal zij het juk van de kerkvaders van zich afwerpen. Echt waar, ik zou maanden, ja zelfs jaren tekort komen. En dan zijn zij zo vreselijk onbeschaamd om ons te durven verwijten dat we niet aarzelen de oude grenzen te overschrijden!

1Hiëromymus (420), bisschop van Stridon.

2Acatius van Amida, in: Historiae ecclesiasticae tripartitae epitome XI, 16.

3Ambrosius van Milaan, De officiis II, 28.

4Spyridion van Trimethus, in: Historiae ecclesiasticae tripartitae epitome I, 10.

5Historiae ecclesiasticae tripartitae epitome VIII, 1.

6Augustinus, De opere monachorum, 17.

7Epiphanius van Salamis, in een brief vertaald door Hiëronymus van Stridon, Epistulae, 9

8Concilie van Elvira (305), canon 36.

9Ambrosius van Milaan, De Abraham I, 9.

10Paus Gelasius I, De duabus naturis in Christo adversus Eutychem et Nestorium, 3.

11Chrysostomos, Homiliae in epistulam ad Ephesios 1; Paus Calixtus I, in: Gratianus, Decretum (De consecratione) III, 2.

12Paus Gelasius I, in: Gratianus, Decretum (De consecratione) III, 2.

13Cyprianus van Carthago, Epistulae, 57,2.

14Augustinus, De peccatorum meritis et remissione et de baptismo parvulorum II, 36

15Montanus (ca. 195) .

16Apollonius van Efeze, in: Eusebius van Caesarea, Historia ecclesiastica V, 18.

17Paphnutius van Thebe, in: Historiae ecclesiasticae tripartitae epitome II, 14.

18Cyprianus van Carthago, Epistulae, 58,14.

19Augustinus, Contra Cresconium grammaticum Donatista, 2,21.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.