4.8.7 – Christus als het vleesgeworden Woord

0
109

Maar uiteindelijk werd Gods wijsheid geopenbaard in het vlees. Toen heeft Hij volmondig alles aan ons uitgelegd wat met een menselijk verstand van de hemelse Vader begrepen kan worden. Dus sinds de zon van de rechtvaardigheid, Christus, is opgekomen, hebben wij nu de volmaakte glans van Gods waarheid. Vroeger was het licht nog een beetje schemerig, maar nu straalt het zo helder als wanneer het middag is.

Want de apostel heeft echt niet iets gewoons willen prediken, toen hij schreef dat God in het verleden vele malen en op vele manieren tegen de aartsvaders gesproken heeft via de profeten, maar dat Hij in de laatste dagen is gaan spreken via zijn geliefde Zoon.1 Want de apostel geeft aan, ja verklaart openlijk, dat God voortaan niet meer zoals vroeger nu eens via deze en dan weer via die zal spreken. Hij zal geen profetieën meer toevoegen aan de profetieën of openbaringen aan de openbaringen. Nee, in de Zoon heeft Hij het onderwijs in alle opzichten zo compleet gemaakt, dat we dit moeten beschouwen als het laatste en eeuwige getuigenis van zijn kant.

Zodoende wordt heel deze tijd van het Nieuwe Testament, vanaf Christus’ verschijning aan ons met de prediking van het evangelie tot aan de dag van het oordeel, aangeduid als ‘het laatste uur’, ‘de laatste tijden’, ‘de laatste dagen’.2 Want wij moeten de tevreden zijn met de volmaaktheid van Christus’ leer. We moeten leren daar geen nieuwe leer bij te verzinnen of toe te laten dat anderen die verzinnen. Daarom heeft de Vader niet voor niets door een speciaal voorrecht de Zoon als leraar voor ons aangesteld en geboden dat we naar Hem en niet naar iemand van de mensen moeten luisteren.

Met enkele woorden heeft Hij Hem aanbevolen als leermeester, toen Hij zei: ‘Luister naar Hem!’3 Maar die woorden hebben meer gewicht en kracht dan men meestal denkt. Want het is net alsof Hij ons weghaalt bij al het onderwijs van mensen en ons alleen voor Hem neerzet, ons beveelt alleen van Hem heel de leer van ons behoud te willen leren, ons alleen van Hem afhankelijk te maken, alleen op Hem te vertrouwen, kortom – zoals Hij letterlijk zegt – alleen naar zijn stem te luisteren.

En inderdaad, wat valt er nog van een mens te verwachten of te verlangen, nu het Woord van het leven zelf zich vertrouwelijk en als bij ons aanwezig aan ons geopenbaard heeft? Ja, de monden van alle mensen zijn gesloten, nu eenmaal degene gesproken heeft, in wie de hemelse Vader alle schatten van kennis en wijsheid verborgen heeft willen laten.4 Bovendien heeft Hij gesproken zoals gepast was voor Gods wijsheid – die in alle opzichten volmaakt is5 – en voor de messias – van wie men de openbaring van alle dingen verwachtte.6 Dat wil zeggen: nu Hij gesproken heeft, heeft Hij voor anderen niets meer over gelaten om te spreken.

1Hebreeën 1:1-2

21 Johannes 2:18; 1 Timotheüs 4:1; 1 Petrus 1:20; Handelingen 2:17; 2 Timotheüs 3:1; 2 Petrus 3:3

3Mattheüs 17:5

4Kolossenzen 2:3

5Johannes 19:23

6Johannes 4:25

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in