4.8.5 – Verschillen in openbaring van Gods wijsheid

0
104

Vanaf het begin gold in de kerk dus het principe dat Gods dienaren niets leren dat ze niet van Hem geleerd hebben. En ook nu moet dat principe nog gelden. Toch zijn Gods dienaren in overeenstemming met verschillen in de tijd op verschillende manieren onderwezen. De manier die God nu gebruikt, is heel anders dan de manieren in het verleden.

Om te beginnen, Christus zegt dat niemand de Vader gezien heeft, behalve de Zoon en degenen aan wie de Zoon het wil openbaren.1 Als dat waar is, dan moeten degenen die God willen leren kennen, altijd door die eeuwige wijsheid geleid worden. Want hoe zouden ze Gods mysteries met hun verstand kunnen begrijpen of uitspreken zonder dat ze onderwezen zijn door degene die als enige de geheimen van de Vader kent? In het verleden hebben de heilige mannen God dus alleen maar gekend doordat zij Hem zagen in de spiegel van de Zoon. Als ik dit zeg, dan bedoel ik daarmee dat God zich nooit op een andere manier aan mensen geopenbaard heeft dan via de Zoon. Dat wil zeggen: via zijn enige wijsheid, licht en waarheid. Adam, Noach, Abraham, Isaak en Jacob hebben alles wat ze van de hemelse leer kenden, geput uit deze bron. Ook alle profeten hebben alle hemelse uitspraken die ze gedaan hebben, geput uit dezelfde bron.

Deze wijsheid heeft zich echter niet altijd op dezelfde manier geopenbaard. Bij de aartsvaders gebruikte zij geheime openbaringen. Maar om die openbaringen te bevestigen, heeft zij tegelijk ook zulke tekenen gebruikt dat er voor hen geen twijfel kon zijn dat het God was die sprak. De aartsvaders hebben wat ze gekregen hadden van hand tot hand doorgegeven aan hun nakomelingen. Want God had het hun toevertrouwd op voorwaarde dat ze het op die manier zouden voortplanten. En hun kinderen en kleinkinderen wisten dat wat zij hoorden, afkomstig was uit de hemel en niet van de aarde. Want God zei dat binnen in hen.

1Mattheüs 11:27

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in