4.8.4 – Het gezag van de apostelen

0
89

Als we nu naar de apostelen kijken – weliswaar worden die met veel schitterende eretitels aangeprezen: zij zijn het licht voor de wereld en het zout voor de aarde, je moet naar hen luisteren alsof je naar Christus luistert, alles wat zij op aarde binden of losmaken, zal in de hemel gebonden of losgemaakt zijn.1 Maar hun naam maakt al duidelijk hoeveel hun in hun taak is toegestaan: als ze apostelen zijn, mogen ze niet zeggen wat ze maar willen. Nee, ze moeten trouw de opdrachten van hun zender overbrengen.

En de woorden van Christus, waarmee hij hun zending omschreef, zijn duidelijk genoeg. Hij droeg hun op op weg te gaan en alle volken alles te leren wat Hij hun geboden had.2 Sterker nog, ook Hij zelf heeft zich aan deze wet onderworpen en die op zichzelf toegepast, zodat niemand zich eraan mag onttrekken. Hij zegt: ‘Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem die Mij gezonden heeft: de Vader.’3 Christus is altijd de enige en eeuwige adviseur geweest van de Vader en de Vader heeft Hem aangesteld als Heer en leermeester van alles. Toch geeft Hij, omdat Hij de taak van leraar uitvoert, zijn eigen voorbeeld als voorschrift voor alle dienaren. Als zij onderwijzen, moeten ze die regel volgen. De macht van de kerk is dus niet onbegrensd. Nee, die macht is onderworpen aan Gods Woord en wordt daardoor als het ware omheind.

1Mattheüs 5:13; Lucas 10:16; Johannes 20:23

2Mattheüs 28:19-20

3Johannes 7:16

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in