4.8.3 – Het gezag van de profeten

Ezechiël beschrijft fraai welke macht profeten over het algemeen hadden: ‘“Mensenkind,” zegt de HEER, “Ik heb jou aangesteld als wachter over het huis van Israël. Dus als jij een woord uit mijn mond hoort, moet je het hun namens Mij bekendmaken.”’ Ezechiël 3:17 Als je bevel krijgt om te luisteren naar wat uit de mond van de Heer komt, wordt jou dan niet verboden om zelf iets te verzinnen? En de boodschap van de Heer overbrengen, wat is dat anders dan zo spreken dat je je er vrijmoedig op durft laten voorstaan dat je niet je eigen woord, maar het Woord van de Heer brengt?

Hetzelfde lees je in andere woorden bij Jeremia. Hij zegt: ‘Laat een profeet die een droom heeft, de droom vertellen. En laat wie een woord heeft, dat woord betrouwbaar spreken.’ Natuurlijk stelt hij hier een wet voor alle profeten samen. En die houdt in dat God niemand toestaat meer te leren dan hem bevolen is. En even later noemt hij alles wat niet alleen van God afkomstig is, kaf. Jeremia 23:28

Van de profeten heeft dus niemand zijn mond geopend als de Heer hem de woorden niet in de mond gaf. Daarom komen we bij hen zo vaak uitdrukkingen tegen als: ‘Het woord van de Heer,’ ‘de last van de Heer,’ ‘zo spreekt de Heer,’ ‘de mond van de Heer heeft gesproken,’ ‘een visioen van de Heer,’ ‘de Heer van de legermachten heeft gesproken.’ En terecht! Want Jesaja riep uit dat zijn lippen onrein waren, Jesaja 6:5 Jeremia erkende dat hij niet kon spreken omdat hij een kind was. Jeremia 1:6 Wat kon er uit Jesaja’s onreine en Jeremia’s onnozele mond voortkomen dat niet onrein of dwaas was, als ze hun eigen woorden hadden gesproken? Maar hun lippen waren heilig en rein toen ze instrumenten werden van de Heilige Geest.

Als de profeten gebonden zijn aan de verplichting om niets anders te spreken dan wat ze gekregen hebben, dan worden ze getooid met een opmerkelijke macht en schitterende benamingen. Want de Heer verklaart dat Hij hen heeft aangesteld over volken en koninkrijken, om uit te rukken en uit te roeien, om te vernietigen en te verwoesten, om te bouwen en te planten. En dan voegt Hij er meteen de reden aan toe: omdat Hij zijn woorden in hun mond gelegd heeft. Jeremia 1:9-10

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.