4.8.2 – Het gezag van de kerk is het gezag van het Woord

0
147

Daarom moeten we hier bedenken dat al het gezag en aanzien dat de Geest in de Schrift toekent aan de priesters, de profeten, de apostelen of de opvolgers van de apostelen, eigenlijk niet gegeven wordt aan de mensen zelf. Nee, het wordt gegeven aan de bediening waar zij over aangesteld zijn. Of, om het nog duidelijker te zeggen: aan het Woord waarvan de bediening aan hen is toevertrouwd. Want al zouden we hen allemaal bij langs gaan, we zullen geen ander gezag vinden waarmee ze bekleed waren om te leren of te antwoorden dan in de naam en door het Woord van de Heer. Want als ze tot hun taak geroepen worden, wordt hun meteen ook bevolen dat ze niets zelf mogen bedenken. Nee, ze moeten spreken vanuit de mond van de Heer. En Hij laat hen pas in het openbaar optreden, zodat het volk naar hen kan luisteren, als Hij hun eerst geleerd heeft wat ze moeten zeggen, zodat ze niets anders zullen zeggen dan zijn Woord.

Naar Mozes zelf, de vorst van alle profeten, moest geluisterd worden vóór alle andere profeten. Maar hij wordt eerst voorzien van instructies, zodat hij echt geen andere boodschap kan brengen dan die van de Heer. Daarom wordt er, als het volk zijn leer aangenomen heeft, gezegd dat het in God en in zijn knecht Mozes geloofde.1

Ook het gezag van de priesters werd bevestigd met heel zware straffen, om te voorkomen dat het geminacht zou worden.2 Maar de Heer laat meteen ook zien aan welke voorwaarde zij moeten voldoen, vóór je naar hen moet luisteren. Hij zegt dat Hij zijn verbond gesloten heeft met Levi, zodat hij de wet van de waarheid in zijn mond zou hebben. En even later voegt Hij er dit aan toe: ‘De lippen van een priester moeten kennis bewaren en men moet uit zijn mond de wet zoeken. Want hij is een boodschapper van de Heer van de legermachten.’3 Dus als een priester wil dat er naar hem geluisterd wordt, moet hij laten zien dat hij een bode van God is. Dat wil zeggen: hij moet trouw de bevelen overbrengen die hij van zijn zender gekregen heeft. En als het gaat om het luisteren naar hen, wordt er uitdrukkelijk bij gezegd dat het volk moet antwoorden in overeenstemming met Gods wet.4

1Exodus 14:31

2Deuteronomium 17:9-13

3Maleachi 2:4-7

4Deuteronomium 17:10-11

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in