Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.7 – Het ontstaan van het pausdom 4.7.22 – Sinds Gregorius en Bernardus is de toestand alleen maar verergerd

4.7.22 – Sinds Gregorius en Bernardus is de toestand alleen maar verergerd

Maar ik wil niet gedwongen worden om elk punt apart bij langs te gaan en te onderzoeken. Daarom heb ik nog een vraag voor degenen die tegenwoordig als de beste en trouwste beschermers van de stoel van Rome beschouwd willen worden. Schamen zij zich er niet voor om de tegenwoordige toestand van het pausdom te verdedigen? Het is toch wel zeker dat het pausdom nu nog honderdmaal meer bedorven is dan in de tijd van Gregorius en Bernardus, ook al vonden die heilige mannen het toen al heel erg.

Gregorius klaagt op vele plaatsen dat hij te veel werd opgeslokt door vreemde bezigheden. Onder het mom van de bisschopstaak was hij teruggevoerd naar de wereld. Hij was daar nog meer de slaaf van aardse zorgen dan ooit toen hij, voor zover hij zich kon herinneren, nog leek was. Hij ging zo diep gebukt onder wereldse beslommeringen dat hij zijn gedachten helemaal niet meer omhoog kon richten naar hemelse dingen. De golven van vele kwesties slingerden hem heen en weer en hij werd geteisterd door de stormen van een tumultueus leven. Hij kon dus met recht zeggen: ‘Ik ben terecht gekomen in de diepte van de zee.’ Het is waar dat hij tussen al die aardse bezigheden door met preken het volk kon onderwijzen, persoonlijk degenen kon vermanen en corrigeren die dat nodig hadden, de kerk kon besturen, zijn collega’s kon adviseren en hen op hun plicht kon wijzen. Toch klaagt hij over zijn ellende, omdat hij in de diepte van de zee is weggezonken.

Als de bediening in die tijd een zee was, wat moeten we dan zeggen over het pausdom van tegenwoordig? Nu zijn er geen preken meer, er is geen zorg meer voor de tucht, geen ijver voor de kerken, geen geestelijke bediening, kortom, er is niets anders meer dan alleen de wereld. Toch wordt deze doolhof geprezen alsof we niets kunnen vinden dat zo goed geordend en ingericht is!

En wat klaagt en zucht Bernardus niet als hij de gebreken van zijn tijd ziet! Wat zou hij dan wel niet doen als hij onze eeuw zou zien van ijzer en van wat nog slechter is dan ijzer! Daniël 2:33 Niet alleen beschouwt men nu als iets heiligs en goddelijks, wat alle heiligen eenstemmig altijd hebben afgekeurd. Men misbruikt ook hun getuigenissen om het pausdom te verdedigen, terwijl vaststaat dat zij zoiets helemaal niet kenden. Wat is dat voor verdorvenheid?

Nu geef ik toe dat de dingen in de tijd van Bernardus al zo bedorven waren dat er niet zoveel verschil was met onze tijd. Maar als je probeert die middenperiode van Leo I en Gregorius de Grote als voorwendsel te gebruiken, dan mis je toch elk schaamtegevoel. Want dan doe je hetzelfde als iemand die de oude toestand van het Romeinse Rijk aanprees om de dictatuur van de Romeinse keizers te bevestigen, oftewel de lof van de vrijheid misbruikte om daarmee de tirannie te tooien.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.