Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.7 – Het ontstaan van het pausdom 4.7.2 – Romes positie op het concilie van Chalcedon en het vijfde concilie van Constantinopel

4.7.2 – Romes positie op het concilie van Chalcedon en het vijfde concilie van Constantinopel

Daarna kwam het concilie van Chalcedon (451). Daar zaten de afgevaardigden van de kerk van Rome met toestemming van de keizer op de eerste plaats. Maar Leo I erkent zelf dat dit een buitengewoon privilege was. Want als hij keizer Marcianus1 en keizerin Pulcheria2 hierom vraagt, beweert hij niet dat hij er recht op heeft. Nee, hij gebruikt het voorwendsel dat de bisschoppen uit het Oosten, die op het concilie van Efeze de leiding hadden, toen alles in de war gebracht hadden en hun macht hadden misbruikt. Er was dus serieuze leiding nodig en het was niet waarschijnlijk dat degenen die de vorige keer zo lichtzinnig en oproerig geweest waren, daar geschikt voor waren. Daarom vraagt Leo of de leiding aan hem mag worden overgedragen, vanwege de gebreken en ongeschiktheid van anderen.

Wat gevraagd wordt als een buitengewoon voorrecht, buiten de orde om, is natuurlijk niet volgens de algemene regel. Het enige voorwendsel is dat er een nieuwe voorzitter nodig is, omdat de vorigen zich misdragen hebben. Daaruit blijkt dus dat het niet eerder gebeurd is en dat het niet altijd zo moet gebeuren. Het gebeurt alleen met het oog op het tegenwoordige gevaar. De bisschop van Rome heeft op het concilie van Chalcedon dus niet de eerste plaats omdat hij daar recht op heeft, maar omdat de synode een serieuze en geschikte leider mist, doordat degenen die de leiding hadden moeten hebben, zich met hun gebrek aan zelfbeheersing en hun bandeloosheid voor die positie gediskwalificeerd hebben.

En Leo’s opvolger heeft daadwerkelijk bewezen dat ik gelijk heb. Want toen hij zijn afgezanten naar het vijfde concilie van Constantinopel (553) stuurde, dat veel later gehouden is, ging hij niet in discussie over de eerste plaats. Nee, zonder bezwaar accepteerde hij dat Mennas,3 de patriarch van Constantinopel, voorzitter was. Zo zien we dat ook op het concilie van Carthago (418-419), waar Augustinus aanwezig was, niet de afgezanten van de stoel van Rome, maar Aurelius,4 de aartsbisschop van Carthago de leiding had. Zelfs al ging de discussie daar over het gezag van de bisschop van Rome.

Sterker nog, zelfs in Italië is een algemeen concilie gehouden (381) waar de bisschop van Rome niet bij aanwezig was. Toen was Ambrosius voorzitter, die veel invloed had bij de keizer. De bisschop van Rome wordt op dat concilie niet genoemd. Dankzij de waardigheid van Ambrosius, stond de stoel van Milaan toen dus meer in aanzien dan die van Rome.

1Marcianus (392-457), keizer van het Oost-Romeinse rijk.

2Aelia Pulcheria (399-453), vrouw van keizer Marcianus.

3Mennas († 552), patriarch van Constantinopel.

4Aurelius (ca. 400), bisschop van Carthago.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.