4.7.14 – Rome als hoofdstad van het keizerrijk

0
211

Zoals ik al gezegd heb, streed in die tijd de bisschop van Constantinopel met de bisschop van Rome om het primaat. Want nadat de residentie van het keizerrijk in Constantinopel was gevestigd, leek de majesteit van het rijk te eisen dat nu ook de kerk van Constantinopel qua eer de tweede plaats zou krijgen, na de kerk van Rome. En natuurlijk was in het begin de belangrijkste reden waarom Rome het primaat kreeg, dat Rome toen de hoofdstad van het rijk was.

Bij Gratianus vinden we een geschrift op naam van paus Lucius I,1 waarin hij zegt dat de bisschoppelijke provinciehoofdsteden en de steden van de patriarchen alleen zijn aangewezen op basis van de burgerlijke regering zoals die toen was. En er is nog zo’n geschrift op naam van paus Clemens I, waarin hij zegt dat de patriarchen zijn aangesteld in de steden waarin vroeger de heidense opperpriesters zetelden.2 Dit is weliswaar niet zeker, maar het zijn wel aannames op basis van de feiten. Want het staat vast dat men zo min mogelijk wilde veranderen. Daarom werden de provincies ingedeeld op basis van de toenmalige omstandigheden. De patriarchen en de aartsbisschoppen werden gevestigd in de steden die qua eer en macht boven andere steden uitstaken.

Daarom is op het concilie van Turijn (401) besloten dat in elke provincie de hoofdstad voor de burgerlijke regering ook de residentie zou zijn van de belangrijkste bisschop. En dat als het burgerlijke bestuur verplaatst zou worden naar een andere stad, ook de stoel van de aartsbisschop naar die stad verplaatst zou worden.

Maar toen Innocentius I, de bisschop van Rome, zag dat het oude aanzien van zijn stad begon te tanen nadat de residentie van het rijk verplaatst was naar Constantinopel, heeft hij uit vrees voor zijn positie een tegenovergestelde wet afgekondigd. Daarin zegt hij dat het niet nodig is dat de hoofdsteden van de kerk verplaatst worden als de hoofdsteden van het keizerrijk worden verplaatst. Maar in het recht moet het gezag van een synode zwaarder wegen dan de uitspraak van één man. Bovendien moet Innocentius voor ons verdacht zijn, want hij spreekt uit eigenbelang.

Hoe dan ook, zijn maatregel laat wel zien dat het de hoofdsteden van de kerk in het begin waren ingericht volgens de uiterlijke orde van het rijk.

1Paus Lucius († 254).

2Gratianus, Decretum I, 80,1-2.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in