4.7.13 – De klacht van Gregorius de Grote

Dit was toen dus alle macht van de bisschop van Rome: hij nam het op tegen koppige en ongezeglijke hoofden, als er een buitengewone remedie nodig was. En dat deed hij alleen om de andere bisschoppen te helpen, niet om hen voor de voeten te lopen. Gregorius de Grote matigt zichzelf dus niet meer gezag aan over de anderen dan hij ergens anders hun allemaal toestaat over hemzelf, als hij erkent dat hij bereid is zich door allen te laten berispen en corrigeren.

Ergens anders beveelt hij bijvoorbeeld wel de bisschop van Aquileia om naar Rome te komen en zich te verantwoorden voor een verschil van mening dat er tussen hem en anderen was ontstaan over het geloof. Maar hij geeft dat bevel niet op basis van zijn eigen macht. Nee, hij doet dat omdat de keizer hem dat heeft opgedragen. En hij kondigt niet aan dat hij alleen de rechter zal zijn. Nee, hij belooft dat hij een synode bijeen zal roepen die de hele kwestie zal beoordelen.

In die tijd gold weliswaar nog de beperking dat de macht van de stoel van Rome bepaalde grenzen had die zij niet mocht overschrijden. De bisschop van Rome stond niet meer boven de anderen dan onder hen. Toch blijkt dat Gregorius helemaal niet zo blij was met deze toestand. Want hij klaagt steeds weer dat hij onder het mom van zijn functie als bisschop weer teruggevoerd is naar de wereld en dieper verwikkeld raakt in aardse zorgen dan toen hij nog leek was. In zijn eervolle positie drukten de aardse zorgen en beslommeringen zwaar op hem.1

Ergens anders zegt hij: ‘Ik ga gebukt onder zulke zware bezigheden dat mijn geest zich helemaal niet meer kan oprichten tot hogere dingen. De golven van vele kwesties slingeren mij heen en weer en na de rust van mijn vroegere kalme leven, word ik nu geteisterd door de stormen van een tumultueus leven. Ik kan dus met recht zeggen: ik ben terechtgekomen in de diepte van de zee en het noodweer laat mij verdrinken.’2

Als je dit leest, wat denk je dan dat hij gezegd zou hebben als hij in deze tijd had geleefd? Hij voerde zijn herderstaak nog steeds uit, al was het misschien niet meer volledig. Hij onthield zich van burgerlijke gezag en hij erkende dat hij samen met de andere bisschoppen ondergeschikt was aan de keizer. Hij bemoeide zich niet met de zorg voor andere kerken, tenzij hij er uit noodzaak toe gedwongen werd. Toch had hij het gevoel dat hij in een doolhof zat, omdat hij niet simpelweg al zijn tijd kon besteden aan zijn bisschopstaak.

1Gregorius de Grote, Epistulae I, 5.

2Gregorius de Grote, Epistulae VII, 25.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.