Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.7 – Het ontstaan van het pausdom 4.7.12 – Het gezag van de paus in de tijd van Gregorius de Grote

4.7.12 – Het gezag van de paus in de tijd van Gregorius de Grote

In de tijd van Gregorius de Grote was deze oude manier al veranderd. Want toen was het keizerrijk ontwricht en uit elkaar gevallen. Gallië en Spanje waren door herhaaldelijke nederlagen geteisterd, Illyricum was verwoest, Italië geplunderd en Afrika door continue rampen vrijwel geruïneerd. Om ervoor te zorgen dat bij zo’n grote ontwrichting van het burgerlijke bestuur in elk geval het geloof nog ongeschonden bewaard zou blijven, hebben alle bisschoppen uit alle regio’s zich toen hechter verbonden met de bisschop van Rome. Daardoor is niet alleen het aanzien, maar ook de macht van die stoel enorm toegenomen.

Het maakt mij trouwens weinig uit door welke oorzaken dit gebeurd is. In elk geval is het zeker dat die macht toen groter was dan in eerdere eeuwen. Toch was er ook toen absoluut nog geen ongebreidelde heerschappij, waarbij één man naar willekeur over de anderen kon heersen. Nee, de stoel van Rome werd zo gerespecteerd dat slechte en koppige mannen die door hun collega’s er niet toe gebracht konden worden dat ze hun plicht deden, wel door het gezag van de stoel van Rome beteugeld en in bedwang gehouden konden worden.

Immers, Gregorius verklaart meer dan eens uitdrukkelijk dat hij de rechten van anderen even trouw respecteert als hij van anderen eist dat ze met zijn rechten doen. Hij zegt: ‘Ik ontneem niemand uit eerzucht waar hij recht op heeft. Nee, ik wil graag mijn broeders in alles eren.’1 En er staat in zijn geschriften geen uitspraak waarin hij hoger en trotser opgeeft van de omvang van zijn primaat dan deze: ‘Ik ken geen bisschop die zich niet aan de apostolische stoel onderwerpt als hij schuldig blijkt.’ Maar hij voegt er meteen aan toe: ‘Als er geen schuld is die anders eist, zijn alle bisschoppen volgens de aard van nederigheid aan elkaar gelijk.’2 Hij kent zichzelf het recht toe om degenen die gezondigd hebben, te straffen. Als ze allemaal hun plicht doen, beschouwt hij zichzelf als gelijk aan de anderen. En weliswaar kent hij zichzelf dat recht toe en ieder die dat wilde stemde daarmee in. Maar anderen die dat geen goed idee vonden, waren vrij om er ongestraft tegen in te gaan. En het is bekend dat verschillende bisschoppen dat ook gedaan hebben.

Daar komt bij dat hij het in die passage heeft over de bisschop van Byzantium. Toen die door een provinciale synode veroordeeld werd, verwierp hij dat besluit volledig. Zijn collega’s hadden de keizer meegedeeld hoe koppig deze man was. De keizer wilde dat Gregorius over deze kwestie zou beslissen. We zien dus dat hij niets doet dat de gewone rechtspraak schendt. En wat hij doet om anderen te helpen, doet hij alleen op bevel van de keizer.

1Gregorius de Grote, Epistulae II, 68.

2Gregorius de Grote, Epistulae VII, 64.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.