4.6.8 – Geen mens kan regeren over de hele wereld

0
100

Maar ook al zou ik de roomsen hun claim over Petrus toegeven – dat hij het hoofd van de apostelen geweest is en in waardigheid boven de anderen uitstak – dan nog is er geen reden om op basis van dat ene voorbeeld een algemene regel te stellen en om wat één keer gebeurd is, voor altijd te laten voortduren. Dat is immers iets heel anders!

Van de apostelen was er een de belangrijkste, omdat ze maar met een klein aantal waren. Als één mens aan het hoofd stond van twaalf mensen, betekent dat dan dat er één mens aan het hoofd gesteld moet worden van honderdduizend mensen? Dat er bij twaalf mensen één was die over hen allemaal de leiding had, dat is heel natuurlijk. Het ligt in de aard van mensen dat in een bijeenkomst één de leider is naar wie de anderen kijken, ook al zijn ze allemaal aan elkaar gelijk qua macht. Er is geen senaat zonder consul, geen rechtbank zonder president, geen college zonder voorzitter, geen gezelschap zonder leider. Het zou dus niet absurd zijn als ik zou erkennen dat de apostelen een dergelijk primaat hadden opgedragen aan Petrus.

Maar wat voor weinigen geldt, moet niet meteen toegepast worden op de hele wereld. Niemand is in staat de hele wereld te regeren.

Maar, zeggen de roomsen, dat één het hoofd is van allen, gebeurt wel degelijk zowel in heel de natuur als in de afzonderlijke delen. Het bewijs daarvan zien ze bij de kraanvogels en de bijen. Die kiezen altijd één leider, meer niet. Ik accepteer de voorbeelden die zij aanvoeren. Maar komen alle bijen van de wereld bij elkaar om één koning te kiezen? Nee, elke koning is tevreden met zijn eigen bijenkorf. Zo heeft ook bij de kraanvogels elke zwerm zijn eigen leider. Wat kunnen ze hiermee dus anders bewijzen dan dat elke kerk haar eigen bisschop toegewezen krijgt?

Vervolgens wijzen ze ons op voorbeelden uit de burgerlijke regering. Ze citeren de bekende woorden van Homerus: ‘Niet goed is een meerhoofdig gezag.’1 En meer van dat soort dingen die er bij de wereldlijke schrijvers te vinden zijn die de monarchie aanprijzen. Het antwoord is gemakkelijk: als Odysseus bij Homerus en anderen de monarchie aanprijzen, bedoelen ze daarmee niet dat één man over de hele wereld moest regeren. Nee, ze willen er alleen op wijzen dat een koninkrijk geen twee koningen kan hebben. Zoals Odysseus zegt: macht kan niet gedeeld worden.

1Homerus, Ilias II, 204

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in