4.6.3 – Het primaat van Petrus

0
107

Er is dus geen reden waarom de roomsen ons door dit voorbeeld zouden binden als door een eeuwige wet. We zien immers dat het tijdelijk was.

Uit het Nieuwe Testament kunnen ze niets aanvoeren om hun opvatting te bevestigen, behalve dat tegen één apostel gezegd is: ‘Jij bent Petrus en op deze petra zal ik mijn gemeente bouwen.’1 En: ‘Petrus, heb je Mij lief? Weid mijn schapen!’2 Maar vóórdat dit bewijs geldig is, moeten ze eerst aantonen dat degene die het bevel krijgt om Christus’ kudde te weiden, de macht krijgt over alle kerken en dat binden en losmaken niets anders is dan gezag hebben over de hele wereld. Maar zoals Petrus van de Heer het bevel gekregen had, zo spoort Petrus zelf alle andere ouderlingen aan om de kerk te weiden.3 Daaruit kunnen we opmaken óf dat die uitspraak van Christus Petrus niets meer gegeven heeft dan anderen, óf dat Petrus het recht dat hij gekregen had met anderen gedeeld heeft.

Maar om geen zinloze discussie te voeren, ergens anders hebben we uit Christus’ mond een duidelijk uitleg wat binden en losmaken eigenlijk is: zonden vasthouden of vergeven.4 En op welke manier dat binden en losmaken gaat, laat heel de Schrift in veel passages zien en ook Paulus legt dat heel goed uit. Hij zegt dat de dienaren van het evangelie de opdracht hebben om de mensen met God te verzoenen en daarnaast de macht om degenen die dit geschenk afwijzen te straffen.5

1Mattheüs 16:18

2Johannes 21:15

31 Petrus 5:2

4Johannes 20:23

52 Korinthiërs 5:18; 2 Korinthiërs 10:6

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in