4.6.10 – Eenheid in Christus

0
99

Een aantal keer schildert Paulus voor ons een levend beeld van de kerk. Nooit zegt hij iets over één hoofd. Sterker nog, uit zijn beschrijving kun je juist opmaken dat dat helemaal niet past bij Christus’ instelling. Christus heeft met zijn hemelvaart een eind gemaakt aan zijn zichtbare aanwezigheid bij ons. Toch is Hij opgevaren om alles te vervullen.1 Dus is Hij nu nog steeds aanwezig in de kerk en zal Hij altijd aanwezig blijven.

Als Paulus wil laten zien op welke manier Christus zich manifesteert, wijst hij ons op de bedieningen die Hij gebruikt. Hij zegt: ‘De Heer is in ons allen, in overeenstemming met de maat van de genade die Hij aan iedere ledemaat gegeven heeft. Daarom heeft Hij sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, sommigen als evangelisten en anderen als leraren …’2 Waarom zegt Paulus niet dat Christus één man heeft aangesteld over allen om als zijn plaatsvervanger te fungeren? Want dat had hij in die passage zeker moeten noemen. Als het waar was, had hij dat absoluut niet mogen weglaten. Hij zegt dat Christus bij ons is. Hoe? Via de bediening door mensen, die Hij heeft aangesteld om de kerk te regeren. Waarom zegt hij niet liever: via het dienende hoofd dat Hij als zijn plaatsvervanger heeft aangesteld?

Paulus heeft het over eenheid. Maar dan een eenheid in God en in het geloof in Christus. Aan mensen kent hij niets anders toe dan dat ze samen dienen en daarvan krijgen ze ieder een afzonderlijk deel. Als hij die eenheid aanprijst, heeft hij het over één lichaam, één Geest, één hoop waartoe we geroepen zijn, één God, één geloof, één doop.3 Waarom voegt hij daar vervolgens niet meteen aan toe: één hogepriester om de eenheid van de kerk te bewaren? Want als dat inderdaad zo zou zijn, zou hij niets kunnen zeggen dat hier beter bij paste.

We moeten deze passage nauwkeurig overwegen. Er is geen twijfel aan dat de apostel hier de heilige en geestelijke manier waarop de kerk bestuurd wordt volledig heeft willen weergeven. Latere generaties hebben dat een hiërarchie genoemd. Maar niet alleen plaatst hij geen monarchie onder de dienaren. Hij geeft juist uitdrukkelijk aan dat die er niet is. Er is ook geen twijfel aan dat hij duidelijk heeft willen maken op welke manier de gelovigen zijn samengevoegd en verbonden met het hoofd Christus. Niet alleen noemt hij daarbij geen dienend hoofd. Hij kent ook elke ledemaat een specifieke taak toe in overeenstemming met de maat van de genade die ieder toebedeeld is.

Bovendien heeft het ook geen zin dat de roomsen scherpzinnig redeneren over een vergelijking tussen de hemelse en de aardse hiërarchie. Want het is onvoorzichtig om te wijs te willen zijn wat betreft de hemelse hiërarchie. En wat betreft het vaststellen van de aardse hiërarchie moeten we geen ander beeld volgen dan het beeld dat de Heer zelf met zijn Woord getekend heeft.

1Efeziërs 4:10

2Efeziërs 4:7; Efeziërs 4:11

3Efeziërs 4:4-6

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in