Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.5 – De roomse kerk 4.5.9 – Seculiere priesters misbruiken hun priesterschap

4.5.9 – Seculiere priesters misbruiken hun priesterschap

Ik kom bij de seculieren. Voor een deel zijn dat beneficiarissen, zoals zij dat noemen. Dat wil zeggen dat ze priesterschappen hebben om daardoor onderhouden te worden. En een deel leeft van het geld dat ze dagelijks verdienen met het lezen of zingen van missen.

De beneficiën houden de zorg in voor zielen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij bisdommen en parochies. Of het zijn inkomens voor genotzuchtige mensen die hun levensonderhoud verdienen door te zingen. Dat geldt bijvoorbeeld voor prebenden, kanunnikschappen, personaatschappen, digniteiten, kapelaanschappen en dergelijke. Trouwens, omdat de dingen toch al op hun kop gezet zijn, worden er niet alleen abdijen en prioraten aan seculiere priesters gegeven, maar zelfs aan kinderen. Dit gebeurt bij privilege en het is een algemeen gebruikelijke gewoonte.

Wat betreft de huurlingen die elke dag hun kost proberen te verdienen: wat kunnen ze anders doen dan ze nu doen? Wat anders dan zichzelf op een onwaardige en schandelijke manier weggeven in prostitutie, vooral in zo’n grote menigte als nu de wereld overspoelt? Ze durven niet openlijk te bedelen of ze denken dat ze daar weinig mee zouden bereiken. Daarom trekken ze rond als hongerige honden en om hun lege maag te vullen, persen ze met brutaal geblaf gaven af van mensen die met tegenzin luisteren.

Als ik nu zou proberen om met woorden aan te geven wat voor grote schande het voor de kerk is dat het met de eer en de taak van de dienaren zover gekomen is, dan zou er geen eind aan komen. De lezers moeten van mij dus niet verwachten dat ik zo’n schandelijke onwaardigheid ga behandelen zoals gepast zou zijn.

Ik zeg alleen in het kort: Gods Woord schrijft voor en de oude canones eisen dat een dienaar de kerk weidt en het geestelijke koninkrijk van Christus bestuurt. Als dat zijn plicht is, dan doen alle priesters die geen ander werk of inkomen hebben dan handeldrijven in missen, niet alleen hun plicht niet. Nee, dan hebben ze helemaal geen wettige taak om uit te voeren. Want ze krijgen geen kans om te onderwijzen en ze hebben geen gemeente om te besturen. Kortom, ze hebben niets anders dan een altaar om daarop Christus te offeren. Dat is geen offeren aan God, maar aan demonen. 1 Korinthiërs 10:20 Dat zullen we ergens anders nog zien.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.