4.5.18 – Overdaad en verkwisting op kosten van de armen

0
471

Maar laten we hier niet langer bij blijven stilstaan. Laten we kort samenvatten hoever de uitdeling, of beter verkwisting, van de kerkelijke bezittingen zoals die nu gebruikelijk is, verwijderd is van het echte diakenschap dat Gods Woord ons aanbeveelt en dat in de oude kerk praktijk was.

Volgens mij wordt alles wat gebruikt wordt om kerkgebouwen te versieren, verkeerd besteed als men zich niet houdt aan de beperking die de aard van de heilige dingen zelf voorschrijft en die de apostelen en de andere heilige kerkvaders zowel door hun leer als door hun voorbeeld hebben voorgeschreven. Maar wat zie je daar tegenwoordig van in de tempels van de roomsen? Ze wijzen alles af wat voldoet, ik zeg niet aan de oude canones over soberheid, maar aan een fatsoenlijke matigheid. Ze vinden niets goed dat niet getuigt van overdaad en het bederf van de tijden.

Ondertussen zorgen ze helemaal niet voor de levende tempels zoals het hoort. Ze zouden liever vele duizenden armen van honger om laten komen dan dat ze ook maar de kleinste beker of kroes zouden breken om hun gebrek te verlichten.

Zelf wil ik liever geen te zware uitspraken doen. Daarom zou ik graag willen dat de vrome lezers alleen hier eens over nadachten: stel dat Exuperius, de bisschop van Toulouse, die ik hierboven noemde, of Acatius, Ambrosius of nog zo’n man uit de doden kon worden opgewekt. Wat zouden zij dan zeggen? Zij zouden het zeker niet goedkeuren dat bij zo’n grote nood van de armen de bezittingen voor een ander doel besteed worden alsof ze over zijn. En dan zwijg ik er nog over dat de manier waarop ze gebruikt worden in veel opzichten schadelijk en in geen enkel opzicht nuttig is, zelfs al zouden er helemaal geen armen zijn!

Maar ik ga het niet meer over mensen hebben. Deze bezittingen zijn aan Christus gewijd. Dus moeten ze worden uitgedeeld zoals Hij dat wil. En het deel dat ze buiten zijn bevel om verkwist hebben, zullen ze tevergeefs op zijn rekening schrijven.

Overigens moet ik erkennen dat déze uitgaven nog niet eens zoveel afnemen van de gewone inkomsten van de kerk. Want geen bisdom is zo rijk en geen abdij zo vet, kortom er zijn niet zoveel grote, welvoorziene priesterschappen, dat ze in staat zijn te voldoen aan de gulzigheid van de priesters. Dus willen ze de gewone inkomsten sparen voor zichzelf en halen ze met bijgeloof het volk over om dat wat moest worden uitgegeven voor de armen, te besteden aan het bouwen van kerken, het oprichten van beelden, het kopen van vaatwerk en het aanschaffen van kostbare gewaden. Zo verslindt deze afgrond de dagelijkse liefdegaven.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in