Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.4 – De oude kerk 4.4.7 – Verdeling van de kerkelijke bezittingen

4.4.7 – Verdeling van de kerkelijke bezittingen

In het begin was de bediening vrij en vrijwillig. De bisschoppen en de diakenen waren uit eigen beweging trouw en als wetten hadden ze hun zuivere geweten en onschuldig leven. Maar later ontstonden er verkeerde voorbeelden door de hebzucht en verkeerde neigingen van sommigen. Om deze fouten te corrigeren werden er canones opgesteld die de inkomsten van de kerk in vieren verdeelden. Het eerste deel werd toegekend aan de geestelijken, het tweede aan de armen, het derde werd bestemd voor het onderhoud en herstel van de kerkgebouwen en het vierde voor de armen, zowel de armen binnen als buiten de eigen kerk.

Andere canones uit die tijd kennen dit laatste deel toe aan de bisschop. Maar dat maakt geen verschil voor de genoemde verdeling. Want de bedoeling is dan niet dat het het eigendom is van de bisschop zelf, zodat hij het zou kunnen verbrassen of verkwisten hoe wij maar wil. Nee, het is bedoeld om hem genoeg te laten hebben om gastvrij te zijn, zoals Paulus van de rang van opzieners eist. 1 Timotheüs 3:2

Zo leggen Gelasius I1 en Gregorius de Grote het uit. Als enige reden waarom een bisschop ergens aanspraak op kan maken, voert Gelasius aan dat hij dan gevangenen en vreemdelingen zou kunnen helpen. Gregorius spreekt nog duidelijker. Hij zegt: ‘De apostolische stoel heeft als gewoonte om een bisschop na zijn aanstelling bevel te geven om al het geld dat er binnenkomt in vieren te verdelen: het eerste deel voor de bisschop en zijn huishouding, om gastvrij te kunnen zijn en vreemden op te kunnen nemen, het tweede deel voor de geestelijken, het derde deel voor de armen en het vierde deel voor het onderhoud van de kerkgebouwen.’2

De bisschop mocht dus niets voor eigen gebruik nemen, behalve wat genoeg was om zich ingetogen en eenvoudig te voeden en te kleden. Als iemand buitensporig ging doen, in overdaad of pracht en praal, werd hij meteen door zijn collega’s berispt. Gehoorzaamde hij niet, dat werd hij uit zijn functie gezet.

1Paus Gelasius I († 496).

2Gratianus, Decretum II, 16,3 en 12,2.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.