Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.4 – De oude kerk 4.4.1 – Bisschoppen, presbyters en diakenen

4.4.1 – Bisschoppen, presbyters en diakenen

Tot nu toe heb ik het gehad over de orde van kerkregering zoals die ons is overgeleverd uit Gods zuivere Woord en over de bedieningen zoals Christus ze heeft ingesteld. Om er voor te zorgen dat dat allemaal nog duidelijker en vertrouwder wordt en zich nog steviger in ons hart nestelt, is het nu goed om na te gaan hoe die dingen eruit zagen in de oude kerk. Dan krijgen we een betrouwbaar beeld te zien van hoe God het heeft ingesteld.

Weliswaar hebben de opzieners in die tijd veel regels opgesteld die verder lijken te gaan dan de Heilige Schrift. Maar toch hebben ze heel hun bestuursvorm heel zorgvuldig ingericht volgens de enige norm van Gods Woord. Je kunt daarom gemakkelijk zien dat er wat dat betreft bij hen niets was dat vreemd was aan Gods Woord. Maar zelfs al zijn hun bepalingen misschien gebrekkig, toch is het heel goed om hier kort na te gaan waar zij zich aan gehouden hebben. Want zij hebben oprecht hun best gedaan om Gods instellingen te bewaren en ze zijn daar niet ver van afgedwaald.

Ik heb gesteld dat de Schrift ons drie soorten dienaren voorhoudt. En zo heeft ook de oude kerk al haar dienaren verdeeld in drie rangen. Want uit de ouderlingen werd een deel uitgekozen als herders en leraren. De rest was belast met het toezicht en de correctie van de levenswandel. En de diakenen met de zorg voor de armen en het uitdelen van de liefdegaven.

Met ‘lectoren’ – ‘lezers’ – en ‘acolieten’ – ‘gezellen’ – werden geen specifieke functies bedoeld. Dezen noemden zij ‘clerici’ – ‘behorend tot het erfdeel’. Van jongsaf trainden ze hen om de kerk te dienen. Dan zouden ze extra goed begrijpen waar ze voor bestemd waren en extra goed voorbereid zijn als het tijd was om hun taak op zich te nemen. Ik zal dat straks uitgebreider laten zien.

Hiëronymus zegt daarom dat er vijf rangen in de kerk zijn en geeft dan deze opsomming: bisschoppen, presbyters, diakenen, gelovigen en catechumenen. Die laatsten zijn degenen die nog niet gedoopt zijn, maar zich laten onderwijzen in het christelijk geloof en daarna gedoopt worden. Clerici en monniken krijgen van Hiëronymus geen eigen positie.1

1Hiëronymus van Stridon, In Iesaiam IV.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.