4.3.9 – Diakenen

0
98

Het zorgen voor de armen was opgedragen aan de diakenen. Echter, in de brief aan de Romeinen worden twee soorten diakenen genoemd. Paulus zegt daar: ‘Wie uitdeelt, moet dat ondubbelhartig doen. Wie barmhartigheid bewijst, moet dat opgewekt doen.’1 Het is zeker dat hij het over de openbare taken in de kerk heeft. Dus moeten er twee verschillende rangen geweest zijn. Als ik me niet vergis, bedoelt hij met de eerste zin de diakenen die de aalmoezen beheerden en met de andere zin de degenen die zich gewijd hadden aan het verzorgen van armen en zieken. Dat deden bijvoorbeeld de weduwen die Paulus noemt in de brief aan Timotheüs.2 Vrouwen konden immers geen enkele andere openbare taak uitoefenen. Ze konden alleen zichzelf wijden aan het dienen van de armen.

Als we dit aannemen – en dat moet wel – zijn er dus twee soorten diakenen. De ene soort dient de kerk in het besturen van de zaken van de armen en de andere soort in het verzorgen van de armen zelf.

Nu heeft het woord diakonia – ‘bediening’ – weliswaar een ruimere betekenis. Maar toch gebruikt de Schrift het woord ‘diakenen’ toch speciaal voor degenen die door de kerk zijn aangesteld over het uitdelen van de aalmoezen en het zorgen voor de armen. Zij zijn als het ware aangesteld over de armenkas.

Lucas beschrijft in Handelingen hun oorsprong, instelling en taak.3 Er ontstond gemopper dankzij de Grieks-sprekenden, omdat hun weduwen bij de bediening van de armen verwaarloosd werden. Toen voerden de apostelen als excuus aan dat zij niet in staat waren beide taken uit te voeren. Ze konden niet zowel preken als de tafels bedienen. Daarom vroegen ze aan de gemeente of ze zeven mannen wilden uitkiezen aan wie ze dat werk konden opdragen.

Hier zie je dus wat voor diakenen de apostolische kerk gehad heeft en wat voor diakenen wij volgens hun voorbeeld moeten hebben.

1Romeinen 12:8

21 Timotheüs 5:9-10

3Handelingen 6:3

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in