4.3.3 – Mensen spreken namens God

Daarom heb ik er hierboven aan herinnerd dat God met alle mogelijke woorden van lof ons de waardigheid van die taak aangeprezen heeft. Wij moeten daar zoveel mogelijk respect voor hebben, als voor iets dat alle andere dingen te boven gaat. God schenkt mensen een bijzondere zegen als hij leraren voor hen laat opstaan. Dat verklaart Hij als Hij de profeet Jesaja beveelt uit te roepen dat de voeten van degenen die een boodschap van vrede brengen, lieflijk zijn en dat hun komst geluk brengt. Jesaja 52:7 En als Hij de apostelen het licht voor de wereld en het zout voor de aarde noemt. Mattheüs 5:13-14 En Hij kon deze taak niet schitterender versieren dan door te zeggen: ‘Wie jullie hoort, hoort Mij. Wie jullie afwijst, wijst Mij af.’ Lucas 10:16

Maar de meest opvallende passage is bij Paulus in de tweede brief aan de Korinthiërs. In hoofdstuk 3 en 4 behandelt hij deze kwestie uitdrukkelijk. Hij stelt dan dat er in de kerk niets zo geweldig of heerlijk is als de bediening van het evangelie. Want dat is het uitdelen van de Geest en van rechtvaardigheid en eeuwig leven. De bedoeling van dit soort uitspraken is dat wij het besturen en in standhouden van de kerk door dienaren niet mogen minachten. Het mag niet uiteindelijk verdwijnen. Want God heeft dit voor altijd zo vastgesteld.

Hoe nodig dat is, heeft Hij niet alleen met woorden, maar ook met voorbeelden duidelijk gemaakt. Toen Hij Cornelius wilde bestralen met een voller licht van zijn waarheid, stuurde Hij een engel om hem het bevel te geven Petrus te ontbieden. Handelingen 10:3-6 Toen Hij wilde dat Paulus Hem zou leren kennen en Hij hem in de kerk wilde inlijven, sprak Hij niet tegen Hem met zijn eigen stem, maar verwees Hij hem naar een mens. Van hem moest hij de leer van het behoud en de heiliging door de doop krijgen. Handelingen 9:6

Een engel is Gods uitlegger. Toch laat hij na te vertellen wat God wil. Hij beveelt een mens te ontbieden die dat moet vertellen. En Christus, de enige leermeester van de gelovigen, vertrouwt Paulus toe aan het onderwijs van een mens. Nog wel de Paulus van wie Hij besloten had dat Hij hem zou optrekken in de derde hemel en dat Hij hem een wonderlijke openbaring zou waard keuren van onuitsprekelijke dingen. 2 Korinthiërs 12:2-4 Als dat niet zonder reden gebeurt, wie zou dan nu deze bediening durven minachten of als overbodig durven passeren? God heeft met zulke bewijzen willen laten zien hoe nuttig die is!

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.