4.3.3 – Mensen spreken namens God

0
205

Daarom heb ik er hierboven aan herinnerd dat God met alle mogelijke woorden van lof ons de waardigheid van die taak aangeprezen heeft. Wij moeten daar zoveel mogelijk respect voor hebben, als voor iets dat alle andere dingen te boven gaat. God schenkt de mensen een bijzondere zegen als hij leraren voor hen laat opstaan. Dat verklaart Hij als Hij de profeet Jesaja beveelt uit te roepen dat de voeten van degenen die een boodschap van vrede brengen, lieflijk zijn en dat hun komst geluk brengt.1 En als Hij de apostelen het licht voor de wereld en het zout voor de aarde noemt.2 En Hij kon deze taak niet schitterender versieren dan door te zeggen: ‘Wie jullie hoort, hoort Mij. Wie jullie afwijst, wijst Mij af.’3

Maar de meest opvallende passage is bij Paulus in de tweede brief aan de Korinthiërs. In hoofdstuk 3 en 4 behandelt hij deze kwestie uitdrukkelijk. Hij stelt dan dat er in de kerk niets zo geweldig of heerlijk is als de bediening van het evangelie. Want dat is het uitdelen van de Geest en van rechtvaardigheid en eeuwig leven. De bedoeling van dit soort uitspraken is dat wij het besturen en in standhouden van de kerk door dienaren niet mogen minachten. Het mag niet uiteindelijk verdwijnen. Want God heeft dit voor altijd zo vastgesteld.

Hoe nodig dat is, heeft Hij niet alleen met woorden, maar ook met voorbeelden duidelijk gemaakt. Toen Hij Cornelius wilde bestralen met een voller licht van zijn waarheid, stuurde Hij een engel om hem het bevel te geven Petrus te ontbieden.4 Toen Hij wilde dat Paulus Hem zou leren kennen en Hij hem in de kerk wilde inlijven, sprak Hij niet tegen Hem met zijn eigen stem, maar verwees Hij hem naar een mens. Van hem moest hij de leer van het behoud en de heiliging door de doop krijgen.5

Een engel is Gods uitlegger. Toch laat hij na te vertellen wat God wil. Hij beveelt een mens te ontbieden die dat moet vertellen. En Christus, de enige leermeester van de gelovigen, vertrouwt Paulus toe aan het onderwijs van een mens. Nog wel de Paulus van wie Hij besloten had dat Hij hem zou optrekken in de derde hemel en dat Hij hem een wonderlijke openbaring zou waard keuren van onuitsprekelijke dingen.6 Als dat niet zonder reden gebeurt, wie zou dan nu deze dienst durven minachten of als overbodig durven passeren? God heeft met zulke bewijzen willen laten zien hoe nuttig die is!

1Jesaja 52:7

2Mattheüs 5:13-14

3Lucas 10:16

4Handelingen 10:3-6

5Handelingen 9:6

62 Korinthiërs 12:2-4

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in