4.3.10 – Roeping en antwoord

0
96

Nu moet in de heilige vergadering alles ordelijk en fatsoenlijk toegaan.1 Toch is er niets waarbij dat zo zorgvuldig moet gebeuren als bij het instellen van de regering. Want bij niets anders is het zo gevaarlijk als er iets onordelijk toegaat. Er mogen geen onruststokers en oproerkraaiers brutaal binnendringen om te leren of te regeren. Dat zou zeker gebeuren als we het niet voorkomen. Daarom moeten we er vooral voor zorgen dat in de kerk niemand een openbare taak op zich neemt zonder dat hij daartoe geroepen is.

Om als echte dienaar van de kerk beschouwd te worden, moet hij dus in de eerste plaats wettig geroepen zijn. En in de tweede plaats moet hij aan zijn roeping beantwoorden. Dat wil zeggen: hij moet de taak die hem is opgelegd, op zich nemen en uitvoeren.

Bij Paulus kun je dit vaak zien. Als hij zijn apostelschap wil bewijzen, voert hij samen met zijn trouw in het vervullen van die taak, bijna altijd zijn roeping aan. In de kerk moet men alleen naar hem luisteren, omdat hij door een bevel van de Heer is aangesteld en trouw uitvoert wat hem is opgedragen. Als zo’n groot dienaar van Christus zich dat gezag niet durft aan te matigen, wat brutaal is het dan als van de stervelingen iemand die eer voor zich opeist, terwijl hij een van die voorwaarden, of beide mist!

Maar ik heb al eerder het een en ander gezegd over hoe nodig het is dat je je taak uitvoert. Daarom gaan we het nu alleen over de roeping hebben.

11 Korinthiërs 14:40

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in