4.20.9 – De taak van de overheid

0
72

Nu moet ik op deze plek in het voorbijgaan uitleggen wat de taak van overheden is zoals God Woord die beschrijft en wat die taak inhoudt. Als de Schrift niet zou leren dat die taak beide tafels van de wet omvat, zouden we dat toch nog kunnen leren van heidense schrijvers. Want niemand heeft de taak van overheden behandeld, het geven van wetten en de staat, zonder daarbij te beginnen bij de godsdienst. Ze hebben dus allemaal beleden dat een burgerlijke regering alleen op een gelukkige manier kan worden ingericht als je eerst zorgt voor vroomheid. En dat wetten die Gods recht verwaarlozen en alleen voor mensen zorgen, verkeerde wetten zijn. Bij alle filosofen staat godsdienst dus op de eerste plaats. Alle volken hebben zich algemeen en eenstemmig aan deze opvatting gehouden. Daarom moeten christelijke vorsten en overheden zich schamen voor hun zorgeloosheid als ze niet hun best doen om hier voor te zorgen.

Ik heb al laten zien dat God hun deze taak speciaal oplegt. Want het is gepast dat zij hun best doen om de eer te beschermen en te verdedigen van Hem wiens plaatsvervangers ze zijn en dankzij wiens zegen zij regeren. Daarom prijst de Schrift ook vooral heilige koningen omdat ze de bedorven of vernietigde dienst aan God weer hebben hersteld, of ervoor gezorgd hebben dat de godsdienst onder hun regering zuiver en ongeschonden bloeide. Maar aan de andere kant noemt de heilige geschiedenis het feit dat er in Israël geen koning was en dat ieder deed waar hij zin in had als een van de gebreken van anarchie.1

Dat weerlegt de dwaasheid van degenen die de zorg voor God zouden willen verwaarlozen en zich alleen zouden willen wijden aan het rechtspreken tussen de mensen. Alsof God in zijn naam vorsten aan zou stellen om aardse geschillen te beslechten, maar zou hebben nagelaten wat veel belangrijker is: dat Hij zelf zuiver gediend wordt zoals zijn wet voorschrijft! Maar het verlangen om alles ongestraft te veranderen zet deze oproerige mensen ertoe aan graag alle rechters uit de weg te willen ruimen die het schenden van de godsdienst bestraffen.

Wat betreft de tweede tafel, Jeremia waarschuwt de koningen dat ze recht en rechtvaardigheid in praktijk moeten brengen, dat ze wie met geweld verdrukt wordt uit de hand van de verdrukker moeten verlossen, dat ze vreemdelingen, weduwen en wezen geen verdriet of onrecht mogen aandoen en dat ze geen onschuldig bloed mogen vergieten.2

Op hetzelfde slaat de waarschuwing die je leest in Psalm 82, dat ze armen en behoeftigen recht moeten doen, hulpelozen en behoeftigen moeten verlossen en armen en behoeftigen moeten bevrijden uit de hand van onderdrukkers.3

En Mozes beveelt de leiders die hij als zijn plaatsvervangers aanstelde, dat ze de zaak van hun broeders moeten aanhoren en recht moeten spreken tussen hun broeders en vreemdelingen en dat ze bij het rechtspreken niemand mogen voortrekken. Dat ze moeten luisteren naar mensen zonder én met aanzien en voor niemand bang moeten zijn, omdat het Gods rechtspraak is.4

Ik sla nu over wat ergens anders staat: dat koningen niet veel paarden mogen verzamelen, dat ze niet gierig mogen worden, dat ze zich niet boven hun broeders mogen verheffen, dat ze alle dagen van hun leven continu bezig moeten zijn met het overdenken van de wet van de Heer, dat rechters niet partijdig mogen zijn, zich niet mogen laten omkopen en meer van zulke uitspraken die je meerdere keren in de Schrift leest.5 Want als ik hier uitleg wat de taak is van overheden, is het niet zozeer mijn bedoeling de overheden zelf te onderwijzen. Nee, ik wil anderen leren wat overheden zijn en voor welk doel God ze heeft ingesteld.

We zien dus dat ze zijn aangesteld als beschermers en verdedigers van openbare onschuld, kuisheid, fatsoen en rust en dat ze alleen hun best moeten doen om te zorgen voor het algemeen welzijn en de vrede van allen. En David belooft dat hij, als hij de koningstroon beklommen heeft, een voorbeeld zal zijn van deze goede eigenschappen: hij zal niet instemmen met een misdaad, maar hij zal goddelozen, lasteraars en hoogmoedigen veroordelen. Goede en betrouwbare adviseurs zal hij echter van alle kant bij zich ontbieden.6

Overheden kunnen dit echter alleen doen als ze de goeden beschermen tegen de onrechtvaardigheid van de slechten en als ze de onderdrukten helpen en beschermen. Daarom zijn ze ook bewapend met macht om openlijke misdadigers, die met hun slechtheid de openbare rust in verwarring of beroering brengen, streng in toom te houden.7 We ervaren immers helemaal wat Solon zei: alle staten houden stand door beloning en straf. Als die worden weggenomen, stort in alle staten de discipline in en verdwijnt die. Want bij veel mensen bekoelt de zorg voor eerlijkheid en recht als goede eigenschappen niet geëerd worden. En de begeerten van slechte mensen kunnen alleen in bedwang gehouden worden door streng te straffen.

Deze twee dingen vat de profeet Jeremia samen als hij koningen en andere overheden beveelt recht en rechtvaardigheid in praktijk te brengen.8 Rechtvaardigheid is dat je onschuldigen onder je hoede neemt, beschermt, redt en bevrijdt. Recht is dat je de brutaliteit van goddelozen bestrijd, hun geweld onderdrukt en hun misdaden bestraft.

1Richteren 21:25

2Jeremia 22:3

3Psalm 82:3-4

4Deuteronomium 1:16-17

5Deuteronomium 17:16-19; Deuteronomium 16:19

6Psalm 101

7Romeinen 13:3

8Jeremia 22:3; Jeremia 21:12

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in