Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.20 – De burgerlijke regering 4.20.7 – Eerbied voor overheden uit eerbied voor God

4.20.7 – Eerbied voor overheden uit eerbied voor God

Als zoveel bewijzen uit de Schrift je er niet van weerhouden om deze heilige bediening te lasteren, alsof het iets is dat niet past bij de godsdienst en bij christelijke vroomheid, wat doe je dan anders dan God zelf beledigen? Immers, als je zijn bediening belastert, kan het niet anders of je beledigt ook Hemzelf. Als je dat doet, verwerp je niet alleen de overheid, maar God. Dan wil je niet dat Hij over je regeert. Dat zegt de Heer over het volk Israël, omdat ze de regering van Samuël verworpen hadden. 1 Samuël 8:7 Als dat terecht is, hoe kan het dan tegenwoordig niet evengoed terecht gezegd worden over degenen die de vrijheid nemen om tekeer te gaan tegen alle door God ingestelde regeringen?

‘Maar,’ zeggen ze, ‘de Heer heeft tegen zijn leerlingen gezegd dat de koningen van de volken over hen regeren, maar dat het bij hen niet zo mocht zijn. Bij hen moest de eerste de minste zijn. Lucas 22:25-26 Met deze uitspraak heeft de Heer alle christenen verboden een koningschap of regering op zich te nemen.’ Wat een knappe uitleggers! De leerlingen hadden ruzie gekregen over de vraag wie van hen boven de anderen zou staan. Om die zinloze eerzucht te bedwingen, leerde de Heer dat hun bediening anders is dan koninkrijken, waarin de één hoger staat dan de ander. Nu vraag ik je: hoe vormt deze vergelijking een belediging voor de koninklijke waardigheid? Wat bewijst dit meer, dan alleen dat de taak van een koning geen apostolische bediening is?

Bovendien, ook al zijn er allerlei soorten overheden, toch is er tussen hen geen enkel verschil wat betreft het feit dat we voor hen allemaal eerbied moeten hebben omdat ze door God zijn ingesteld. Want Paulus neemt ze allemaal bij elkaar als hij zegt dat er geen macht is, behalve macht die van God komt. Romeinen 13:1 En de macht die het minst aangenaam is, wordt het meest aangeprezen: de macht van één persoon. Die macht impliceert dat iedereen zich daar publiekelijk aan moet onderwerpen, behalve die ene zelf aan wiens willekeur alles onderworpen wordt. Helden en edelen konden daar in het verleden minder blij mee zijn. Maar om zo’n onjuist oordeel te bestrijden, verklaart de Schrift expliciet dat koningen regeren dankzij de voorzienigheid van Gods wijsheid. Spreuken 8:15 En ze beveelt speciaal om de koning te eren. Spreuken 24:21; 1 Petrus 2:17

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.