4.20.3 – Inleiding en indeling

Maar een andere plek is beter geschikt om het te hebben over het nut van de burgerlijke regering. Nu wil ik alleen dat men begrijpt dat het een onmenselijke barbaarsheid is als je erover denkt om die regering weg te doen. Want ze is tussen mensen even nuttig als brood, water, zon en lucht en de waardigheid ervan is zelfs nog groter. Want ze helpt niet alleen om mensen te laten ademen, eten en drinken en en om hen warm te houden, zoals al die andere dingen doen. Natuurlijk omvat ze al die dingen, doordat ze ervoor zorgt dat mensen kunnen samenleven. Maar de burgerlijke regering helpt ook om te voorkomen dat er afgodendienst, heiligschennis van Gods naam, laster tegen de waarheid en andere schendingen van de godsdienst openlijk zouden opduiken en zich onder het volk zouden verspreiden. Ze helpt om te voorkomen dat de openbare rust verstoord wordt. Ze helpt om ervoor te zorgen dat ieder zijn bezit ongeschonden kan behouden, dat mensen veilig met elkaar kunnen omgaan, dat fatsoen en zelfbeheersing tussen hen in ere gehouden worden. Kortom, de burgerlijke regering helpt om onder christenen een openbare vorm van godsdienst te laten bestaan en onder mensen een humane omgang.

En niemand moet ervan opkijken dat ik de zorg voor het juist regelen van de godsdienst nu opdraag aan een burgerlijke regering van mensen, terwijl ik die hierboven nog buiten het oordeel van mensen heb geplaatst. Want ik laat het niet aan mensen over om naar eigen goeddunken wetten te maken over de godsdienst. Dat heb ik eerder niet gedaan en dat doe ik ook nu niet. Een burgerlijke orde die wil voorkomen dat de ware godsdienst, zoals Gods wet die bevat, openlijk en door publieke heiligschennis ongestraft geschonden en besmeurd wordt, díe keur ik goed.

Maar welke opvatting je moet hebben over heel het onderwerp van de burgerlijke regering, zullen de lezers beter begrijpen als we de onderdelen daarvan afzonderlijk behandelen. Want dan worden ze geholpen door een overzichtelijke indeling. Drie onderdelen zijn er: de overheid die de wetten beschermt en handhaaft, de wetten in overeenstemming waarmee zij regeert en het volk dat door die wetten geregeerd wordt en de overheid gehoorzaamt.

Eerst kijken we dus naar de taak van de overheid. Is dat een wettige roeping, waar God blij mee is? Wat is haar taak en hoe groot is haar macht? Vervolgens kijken we door welke wetten een christelijke staat geregeerd hoort te worden. En ten slotte kijken we wat het volk aan wetten heeft en welke gehoorzaamheid het aan de overheid verschuldigd is.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.