4.20.27 – Jeremia over Nebukadnessar

0
46

Vooral belangrijk en opmerkelijk is een passage bij Jeremia. Het is een nogal uitgebreide passage, maar ik wil die toch noemen omdat heel deze kwestie er duidelijk in wordt uitgelegd. ‘Ik heb de aarde en de mens gemaakt, zegt de HEER, en de dieren die op de aardbodem leven, door mijn grote kracht en mijn uitgestrekte arm. En ik geef ze aan wie het in mijn ogen juist is. En nu heb ik al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnessar, mijn dienaar, en alle volken en grote koningen zullen hem dienen, totdat voor zijn eigen land de tijd komt. En het zal gebeuren dat als een volk en een koninkrijk hem, de koning van Babel, niet dient, dat ik dat volk zal bezoeken met het zwaard, de honger en de pest. Daarom: dien de koning van Babel. Dan blijven jullie leven.’1

We zien hoe gehoorzaam de Heer wilde dat die vreselijke en wrede tiran gediend werd, met als enige reden dat hij het koningschap in handen had. Maar dat was omdat hij op de troon van dat koninkrijk gezet en tot de koninklijke majesteit verheven was door een hemels besluit, dat niet geschonden mocht worden. Als we continu in gedachten en voor ogen houden dat door hetzelfde besluit dat het gezag van koningen vaststelt ook de allerslechtste koningen worden aangesteld, dan zullen er nooit opstandige gedachten in ons opkomen dat een koning behandeld moet worden zoals hij verdient en dat het niet eerlijk is als wij ons schikken onder iemand die zich van zijn kant niet als koning voor ons gedraagt.

1Jeremia 27:5-17

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in