4.20.2 – Geen tegenstelling tussen geestelijke en burgerlijke regering

0
84

Toch leidt dit onderscheid er niet toe dat we zouden denken dat heel de burgerlijke regering iets onreins is waar christenen niets mee te maken hebben. Fanatici die graag ongebreidelde bandeloosheid willen, schreeuwen en pochen wel zo: door Christus zijn we gestorven voor de elementen van deze wereld en overgebracht in Gods koninkrijk. Daar zitten we te midden van hemelse wezens. En daarom is het beneden onze waardigheid om ons bezig te houden met die onheilige en onreine zorgen die te maken hebben met dingen die een christen vreemd zijn. Zij zeggen: wat hebben wetten voor zin zonder rechtspraak en rechtbanken? En wat heeft een christen met rechtspraak te maken? Ja, als het niet toegestaan is om te doden, wat hebben wij dan nog aan wetten en rechtspraak?

Maar ik heb er eerder al op gewezen dat er onderscheid is tussen dit soort regering en het geestelijke en innerlijke koninkrijk van Christus. En nu moeten we ook weten dat die twee in niets met elkaar in strijd zijn. Want Gods koninkrijk begint weliswaar nu al op aarde in ons de eerste beginselen van het hemelse koninkrijk te bewerken. In dit sterfelijke en vergankelijke leven begint het nu al iets van het onsterfelijke en onvergankelijke geluk. Maar de burgerlijke regering heeft als taak om, zolang wij tussen de mensen leven, de uiterlijke godsdienst te ondersteunen en te beschermen, de gezonde leer van de vroomheid en de positie van de kerk te verdedigen, ons leven in te richten voor de menselijke samenleving, onze moraal te vormen naar burgerlijke rechtvaardigheid, ons met elkaar te verbinden en de algemene vrede en rust te koesteren.

Ik geef toe dat dat allemaal overbodig is als Gods koninkrijk, zoals het nu in ons is, het tegenwoordige leven tenietdoet. Maar het is Gods wil dat we, onderweg naar ons echte vaderland, als vreemdelingen op aarde verblijven. En tijdens die pelgrimstocht hebben wij zulke hulpmiddelen nodig. Als je de mens van die hulpmiddelen berooft, pak je hem dus zijn mens zijn af. Zij beweren dat in Gods kerk zo’n grote volmaaktheid moet zijn dat die voor haar genoeg is als wet. Maar het is dwaas van hen om zich zo’n volmaaktheid in te beelden. Want waar mensen samenleven, zal zo’n volmaaktheid nooit gevonden worden. Slechte mensen zijn zo brutaal en zo koppig en verdorven dat heel strenge wetten hen nauwelijks in bedwang kunnen houden. Wat denken wij dan dat ze zouden doen dat ze in hun slechtheid ongestraft hun gang konden gaan? Zij, die er zelfs met geweld niet helemaal van weerhouden kunnen worden om kwaad te doen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in