4.2.9 – Wij mogen niet meedoen met de roomse rituelen

0
146

Nou, laat de roomsen hun gebreken nu maar zoveel mogelijk bagatelliseren en laat hen, als ze dat kunnen, maar eens ontkennen dat de toestand van de godsdienst bij hen net zo bedorven en geschonden is als in het koninkrijk Israël onder Jerobeam. Nee, hun afgoderij is nog veel erger en hun leer geen spatje zuiverder, als ze juist daarin niet nog onzuiverder zijn! God en ieder die een middelmatig verstand gekregen heeft, zal mijn getuige zijn dat ik hierin absoluut niet overdrijf. Het blijkt ook vanzelf.

Nu eisen zij twee dingen van ons, als ze ons willen dwingen tot eenheid met hun kerk. In de eerste plaats dat we deelnemen aan al hun gebeden, heilige handelingen en rituelen. En in de tweede plaats dat wij aan hun kerk alle eer, macht en gezag toekennen die Christus aan zijn kerk gegeven heeft.

Wat betreft het eerste, ik geef toe dat alle profeten die in Jeruzalem geweest zijn toen de zaken daar heel erg bedorven waren, niet apart gingen offeren en geen afzonderlijke vergaderingen hielden om te bidden. Want ze hadden een bevel van God om samen te komen in de tempel van Salomo. En ze wisten dat de Levitische priesters door de Heer waren aangesteld om voor te gaan bij de heilige dingen. Ze waren nog niet afgezet, ook al waren ze die eer niet waard. Ze hadden nog steeds recht op hun positie. Maar het belangrijkste was dat de profeten niet gedwongen werden om mee te doen met het bijgeloof. Nee, ze accepteerden niets dat niet door God was ingesteld.

Maar waar is de overeenkomst met de pausgezinden? We kunnen immers nauwelijks een samenkomst met hen hebben zonder dat we ons daarin besmetten met openlijke afgoderij. Vast en zeker ligt de belangrijkste band van hun gemeenschap in de mis. En die keuren wij af als de grootste heiligschennis! Ergens anders zullen we zien of we dat terecht doen of uit overmoed. Nu is het voldoende om te laten zien dat wij er wat dat betreft anders voor staan dan de profeten. Ook al waren zij aanwezig bij de godsdienstoefening van de goddelozen, toch werden ze niet gedwongen andere rituelen te zien of te verrichten dan de rituelen die God had ingesteld.

En als we een voorbeeld willen nemen dat in alle opzichten parallel is, laten we dan het koninkrijk Israël nemen. De bepaling van Jerobeam liet de besnijdenis blijven, de offers werden gebracht, de wet werd als heilig beschouwd, de God werd aangeroepen die ze van hun voorvaders gekregen hadden. Maar God keurde alles wat daar gedaan werd af. Hij veroordeelt het vanwege de verzonnen en verboden rituelen. Noem mij eens één profeet of een vroom man die éénmaal in Bethel gebeden of geofferd heeft. Want ze wisten dat ze dat niet konden doen zonder zich met iets van die heiligschennis te besmetten.

Kortom, anderen moeten dus niet zoveel waarde hechten aan de gemeenschap van de kerk dat ze die meteen zouden moeten volgen als zij zou ontaarden in onheilige en besmeurde rituelen.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in