4.2.5 – Afscheiding van de roomse kerk is geen scheurmakerij of ketterij

0
159

Dan nu hun beschuldiging van scheurmakerij en ketterij omdat wij een leer prediken die anders is dan die van hen, niet gehoorzamen aan hun wetten en apart vergaderen voor het gebed, de doop, de bediening van het avondmaal en andere heilige handelingen. Dat is weliswaar een heel zware beschuldiging. Maar toch is daar geen lange of inspannende verdediging voor nodig.

Ketters en scheurmakers worden degenen genoemd die tweedracht zaaien en zo de gemeenschap van de kerk verbreken. Nu wordt deze gemeenschap bijeengehouden met twee banden: eensgezindheid in de gezonde leer en broederlijke liefde. Daarom maakt Augustinus tussen ketters en scheurmakers dit onderscheid: ketters bederven de zuiverheid van het geloof met valse dogma’s, maar scheurmakers verscheuren de band van het geloof soms zelfs als ze toch hetzelfde geloven.1

Maar we moeten ook opmerken dat deze gemeenschap in liefde afhankelijk is van de eenheid in het geloof. En wel zo dat de laatste het begin, het einde, kortom de enige norm voor de eerste moet zijn. Daarom moeten we bedenken: telkens als ons kerkelijke eenheid wordt aangeprezen, gaat het erom dat we met ons verstand overeenstemmen met Christus en dat we in onze wil met elkaar in Christus verbonden zijn door een onderlinge welwillendheid.

Als Paulus ons oproept tot die eenheid, neemt hij daarom als basis dat er één God is, één geloof, één doop.2 Sterker nog, overal waar hij ons leert hetzelfde de denken en hetzelfde te willen, voegt hij er meteen aan toe: ‘in Christus,’ of: ‘in overeenstemming met Christus.’3 Daarmee geeft hij aan dat die vergadering die buiten het Woord van de Heer om gaat, een vergadering van goddelozen is en geen eensgezinde gemeenschap van gelovigen.

1Augustinus, Quaestinones in evangelium secudum Matthaeum 11,1-2

2Efeziërs 4:5

3Filippenzen 2:1-5; Romeinen 15:5

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in