4.2.11 – De roomse ruïne bevat nog sporen van de kerk

0
70

Maar zoals in het verleden onder de joden nog enkele speciale voorrechten van de kerk overbleven, zo ontzeg ik ook nu de pausgezinden niet de sporen die de Heer van hun ruïne heeft willen laten overblijven. Met de joden had God eenmaal zijn verbond gesloten. Dit verbond hield niet stand doordat zij het bewaarden, maar doordat het steunde op zijn eigen kracht en daarmee streed tegen hun goddeloosheid. Het verbond van de Heer bleef dus onder hen wonen dankzij de betrouwbaarheid en standvastigheid van Gods goedheid. Hun ontrouw kon zijn trouw niet uitwissen. Hun onreine handen konden de besnijdenis niet zo ontheiligen of het was ondertussen toch een echt teken en sacrament van dat verbond. Daarom noemde de Heer de kinderen die hun geboren werden, zijn kinderen.1 Zonder zijn speciale zegen zouden zij geen relatie met Hem gehad hebben.

Zo heeft Hij ook aan Frankrijk, Italië, Duitsland, Spanje en Engeland zijn verbond toevertrouwd. En om zijn verbond onaangetast te laten toen die landen onderdrukt werden door de antichrist, heeft Hij in de eerste plaats zijn doop daar bewaard, als bewijs van zijn verbond. Hij heeft dat met zijn mond geheiligd en ondanks de goddeloosheid van de mensen, blijft het van kracht.

In de tweede plaats heeft Hij door zijn voorzienigheid ook andere overblijfselen laten bestaan, om te voorkomen dat de kerk volledig verloren zou gaan. Als gebouwen verwoest worden, blijven er vaak fundamenten en ruïnes over. Zo heeft Hij ook niet gewild dat zijn kerk óf tot het fundament toe omver werd gehaald, óf met de grond gelijk werd gemaakt. Om de ondankbaarheid van de mensen die zijn Woord verachtten te straffen, heeft Hij hen wel vreselijke verwoestende klappen laten ondergaan. Maar Hij wilde dat er ook na de vernieling nog een half ingestort gebouw overbleef.

1Ezechiël 16:20

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in