4.19.4 – Eerste vals sacrament: het vormsel

0
358

Vroeger was het de gewoonte dat kinderen van christenen, als ze volwassen werden, aan de bisschop werden gepresenteerd om de plicht te vervullen die ook geëist werd van volwassenen die zich wilden laten dopen. Die laatsten zaten namelijk tussen de leerlingen, totdat ze voldoende onderwezen waren in de geloofsmysteries en in aanwezigheid van de bisschop en het volk belijdenis konden afleggen van hun geloof. Maar degenen die als kleine kinderen gedoopt waren, hadden toen geen geloofsbelijdenis gedaan. Daarom werden ze tegen het eind van hun kinderjaren of aan het begin van hun jongvolwassenheid opnieuw door hun ouders gepresenteerd. Dan onderzocht de bisschop hen volgens de inhoud van de catechismus die toen algemeen gebruikt werd. Die handeling hoorde op zichzelf al serieus en heilig te zijn. Maar om die nog eerbiediger en waardiger te laten plaatsvinden, werd ook het ritueel van handoplegging gebruikt. Zo liet men dat kind, nadat zijn geloofsbelijdenis was goedgekeurd, met een plechtige zegen heengaan.

De oude schrijvers noemen deze gewoonte vaak. Paus Leo I zegt: ‘Als er iemand terugkeert van de ketters, moet hij niet opnieuw gedoopt worden. Nee, de bisschop moet hem de handen opleggen. Zo moet hij krijgen wat hij bij zijn doop nog miste: de kracht van de Geest.’1

Mijn tegenstanders brengen hier vast tegen in dat deze handeling terecht een sacrament genoemd wordt. Want daarin wordt immers de Heilige Geest gegeven. Maar dezelfde Leo legt ergens anders uit wat hij met deze woorden bedoelt. Hij zegt: ‘Wie bij de ketters gedoopt is, moet niet opnieuw gedoopt worden. Nee, hij moet onder aanroeping van de Heilige Geest bevestigd worden door handoplegging. Want hij heeft alleen de uiterlijke vorm van de doop gekregen, zonder heiliging.’2

Ook Hiëronymus noemt dit tegen de luciferianen. Nu ontken ik niet dat Hiëronymus een beetje kletst als hij beweert dat de apostelen dit ook al deden. Maar hij blijft toch ver verwijderd van de onzin van mijn tegenstanders. Bovendien verzacht hij zijn bewering doordat hij eraan toevoegt dat het meer een eer voor het priesterschap is dan een wettelijke norm dat de bisschop deze zegen mag geven. Als een dergelijke handoplegging simpelweg gebeurt als zegen, keur ik dat goed. Ik zou zelfs wel willen dat deze gewoonte tegenwoordig weer in haar zuivere vorm hersteld werd.

1Leo I, Epistulae, 39.

2Leo I, Epistulae, 77.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in