Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.19 – Valse sacramenten 4.19.34 – Vijfde vals sacrament: het huwelijk

4.19.34 – Vijfde vals sacrament: het huwelijk

Het laatste sacrament is het huwelijk. Daarvan erkent weliswaar iedereen dat God het heeft ingesteld. Genesis 2:21-24; Mattheüs 19:4-6 Maar tot aan de tijd van Gregorius de Grote had nog niemand gezien dat het een sacrament was. En welk verstandig mens zou ook ooit op dat idee komen? Het is een goede en heilige bepaling van God. Ook de landbouw, de architectuur en het vak van schoenmakers en kappers zijn wettige bepalingen van God. Toch zijn dat geen sacramenten. Want voor een sacrament is het niet alleen nodig dat het Gods werk is. Het is ook nodig dat het een uiterlijk ritueel is dat God heeft ingesteld om een belofte te bevestigen. Zelfs kinderen kunnen concluderen dat zoiets bij het huwelijk niet het geval is.

Maar, zeggen de roomsen, het is een symbool van iets heiligs: van de geestelijke eenheid tussen Christus en de kerk. Als ze met het woord ‘teken’ een symbool bedoelen dat God ons presenteert met het doel de zekerheid van ons geloof te versterken, dan dwalen ze ver van het doel af. Als ze simpelweg als teken aannemen wat gebruikt wordt als vergelijking, zal ik laten zien hoe slim zo’n redenering van hen is. Paulus zegt: ‘Zoals sterren van elkaar verschillen in glans, zo zal het ook zijn bij de opstanding van de doden.’ 1 Korinthiërs 15:41-42 Kijk, één sacrament! Christus zegt: ‘Het koninkrijk van de hemel is net een mosterdzaad.’ Kijk, dat is twee! En: ‘Het koninkrijk van de hemel is net zuurdesem.’ Mattheüs 13:31-33 Kijk, dat is drie! Jesaja zegt: ‘De Heer zal zijn kudde hoeden als een herder.’ Jesaja 40:10-11 Kijk, dat is vier! Ergens anders: ‘De Heer zal optrekken als een held.’ Jesaja 42:13 Kijk, dat is vijf! Maar waar is de grens? Op deze manier is alles een sacrament. Zoveel gelijkenissen en vergelijkingen er in de Schrift zijn, zoveel sacramenten zijn er dan. Zelfs diefstal is dan een sacrament. Want er staat geschreven: ‘De dag van de Heer komt als een dief.’ 1 Thessalonicenzen 5:2

Wie zou die sofisten kunnen verdragen als ze zo dwaas kletsen? Ik geef toe dat het goed is als je, telkens als je een wijnstok ziet, terugdenkt aan wat Christus zegt: ‘Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken en mijn Vader is de landbouwer.’ Johannes 15:1-5 En telkens als je een herder tegenkomt met zijn kudde is het goed om te denken aan deze woorden: ‘Ik ben de goede herder. Mijn schapen horen mijn stem.’ Johannes 10:11-27 Maar als iemand zulke gelijkenissen als sacramenten zou willen beschouwen, zou hij zich toch moeten laten genezen van zijn krankzinnigheid.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.