4.19.32 – Diakenen

Ook over de orde van de diakenen zou ik niet in discussie gaan, als die bediening werd hersteld in de ongeschonden toestand uit de tijd van de apostelen en de zuivere kerk. Maar wat hebben de diakenen van toen gemeen met de diakenen die de roomsen aanstellen? Ik heb het niet over personen. Ze moeten dus niet klagen dat ik hun leer oneerlijk beoordeel op basis van de gebreken van personen. Nee, ik stel dat ze ter verdediging van de diakenen die zij met hun leer voor ons tekenen, zich op een onheuse manier beroepen op het voorbeeld van de diakenen die de kerk van de apostelen aanstelde.

Zij zeggen dat bij de taak van hun diakenen hoort dat ze de priesters bijstaan, dat ze hen helpen bij alles wat bij de sacramenten gedaan wordt: bij de doop, bij de zalving, bij de schaal en bij de beker. Ze moeten de offers aandragen en op het altaar leggen en de tafel van de Heer aanrichten en dekken. Ze moeten het kruis dragen, het evangelie en de brief voor het volk lezen en zingen. Is hier wel één woord bij over de echte bediening van diakenen?

Dan luisteren we naar hun aanstelling. Alleen de bisschop legt zijn handen op degene die als diaken geordend wordt. Hij legt hem een linnen doek en een stola op de linkerschouder. Want hij moet beseffen dat hij het lichte juk van de Heer Mattheüs 11:30 heeft gekregen en daarom wat bij zijn linkerkant hoort moet onderwerpen aan vrees voor God. De bisschop geeft hem de tekst van het evangelie. Want hij moet erkennen dat hij dat evangelie moet verkondigen.

Maar wat hebben die dingen met diakenen te maken? Ze doen hetzelfde als wanneer iemand zou zeggen dat hij apostelen aanstelt, maar hen alleen wierook laat branden, beelden laat versieren, muizen laat vangen en honden laat wegjagen. Wie zou accepteren dat zulke mensen apostelen genoemd werden en vergeleken werden met de apostelen van Christus?

Daarom moeten ze voortaan niet meer liegen dat dit diakenen zijn. Want ze stellen hen alleen aan voor hun toneelspelletjes. Sterker nog, zelfs met hoe ze hen noemen, maken ze voldoende duidelijk wat hun taak is. Want ze noemen hen levieten en willen hun wezen en oorsprong terugvoeren op de zonen van Levi. Van mij mogen ze. Als ze hen voortaan maar niet meer tooien met andermans veren.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.