4.19.30 – Zalven

0
50

Maar van wie hebben mijn tegenstanders eigenlijk hun zalving gekregen? Hun antwoord is dat ze die hebben gekregen van de zonen van Aäron, bij wie ook hun orde begonnen is.1 Ze willen zich dus liever blijven verdedigen met verkeerde voorbeelden dan toegeven dat ze overmoedig gebruiken wat ze zelf bedacht hebben. Maar ondertussen beseffen ze niet dat ze onrecht doen aan het priesterschap van Christus als ze beweren dat ze opvolgers zijn van de zonen van Aäron. Want alleen alle oude priesterschappen vormden een schaduw en afbeelding van het priesterschap van Christus. In zijn priesterschap zijn dus alle andere priesterschappen opgenomen en vervuld. Daarom is daar een eind aan gekomen. Dat heb ik nu al enkele keren herhaald. En dat verklaart ook de brief aan de Hebreeën, zonder de hulp van glossen.

Als zij zoveel plezier hebben in de rituelen uit de wet van Mozes, waarom brengen ze dan geen runderen, klaveren en lammeren als offer? Ze hebben wel een groot deel van de oude tabernakel en van heel de Joodse eredienst. Maar dit ontbreekt nog aan hun godsdienst: ze offeren geen kalveren en runderen.

Wie ziet niet het in praktijk brengen van de zalving nog veel gevaarlijker is dan de besnijdenis? Vooral omdat er bijgeloof bijkomt en een farizese opvatting over de waarde van goede daden. De Joden vertrouwden voor rechtvaardigheid op de besnijdenis. Mijn tegenstanders op de geestelijke gaven in de zalving. Doordat ze de levieten willen imiteren, verraden ze dus Christus en verloochenen ze de herderstaak.

1Petrus Lombardus, Sententiae IV, 24,9; Gratianus, Decretum I, 21,1

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in