4.19.28 – Priesters

0
46

Er zijn nog drie orden over. Die noemen mijn tegenstanders hogere orden. De orde van subdiakenen, zoals zij die noemen, is bij deze groep gevoegd toen de massa lagere orden begon te groeien. En omdat ze voor deze hogere orden bewijzen uit Gods Woord lijken te hebben, noemen ze die uit eerbied speciaal de heilige orden. Maar we moeten zien hoe verkeerd ze de bepalingen van de Heer misbruiken voor hun eigen voordeel.

We beginnen met de orde van de presbyters – of priesters. Want met deze twee benamingen duiden ze hetzelfde aan. Zo noemen ze degenen die, volgens hen, als taak hebben op het altaar het offer te brengen van Christus’ lichaam en bloed, te bidden en Gods gaven te zegenen. Daarom krijgen ze bij hun ordening een schaal met hostie, als teken dat hun de macht gegeven is zoenoffers te offeren aan God. Ook worden hun handen gezalfd. Dat teken leert hun dat hun de macht gegeven is te consecreren. Maar over de rituelen hebben we het later. Over deze orde zelf zeg ik dit: wat zij beweren is op geen enkele letter uit Gods Woord gebaseerd. Ze hadden de door God bepaalde orde dus niet op een nog brutalere manier kunnen bederven.

Om te beginnen moeten we het als vaststaand aannemen dat ieder die zich priester noemt om een zoenoffer te offeren, Christus onrecht doet. Ik heb dat gezegd toen ik de pauselijke mis behandelde. Christus is door de Vader met een eed aangesteld en geheiligd als priester volgens de orde van Melchizedek, zonder einde en zonder opvolger.1 Hij heeft voor eens en voor altijd het offer gebracht van eeuwige reiniging en verzoening. En nu Hij het heiligdom van de hemel is binnengegaan, bidt Hij nog steeds voor ons. In Hem zijn wij allemaal priesters.2 Maar dan om lof en dank, kortom, om onszelf en wat we hebben aan God te offeren. Alleen Christus’ offer was zo speciaal dat Hij daarmee God verzoende en de zonde reinigde. Maar mijn tegenstanders claimen dat voor zichzelf. Wat kunnen we dan nog anders dan zeggen dat hun priesterschap goddeloos is en heiligschennis? Ze zijn werkelijk te brutaal dat ze zich durven tooien met de benaming ‘sacrament’.

Wat betreft de echte priestertaak die Christus ons met eigen mond aanprijst, daar geef ik graag ruimte voor. Want dat is een ritueel dat om te beginnen op de Schrift gebaseerd is en waarvan bovendien Paulus verklaart dat het niet zinloos en overbodig is, maar een betrouwbaar teken van geestelijke genade.3 Maar ik noem het geen derde sacrament. Want het is niet gewoon, niet voor alle gelovigen samen.

Maar als deze eer wordt toegekend aan de christelijke bediening, moeten de priesters van de paus zich daar niet op laten voorstaan. Want Christus heeft geboden dat er uitdelers van zijn evangelie en van de sacramenten moesten worden aangesteld. Niet dat er offeraars moesten worden gewijd. Hij heeft een bevel gegeven voor het prediken van het evangelie en het hoeden van de kudde. Niet voor het brengen van offers.4 Hij heeft de genade van de Heilige Geest beloofd, niet om de verzoening van de zonden tot stand te brengen, maar om de regering van de kerk uit te voeren en in stand te houden.

1Psalm 110:4; Hebreeën 5:6; Hebreeën 7:3

21 Petrus 2:9

31 Timotheüs 4:14

4Mattheüs 28:19; Marcus 16:15; Johannes 21:15

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in