Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.19 – Valse sacramenten 4.19.24 – Lectoren, psalmisten, deurwachters, acolieten en exorcisten

4.19.24 – Lectoren, psalmisten, deurwachters, acolieten en exorcisten

Maar om te voorkomen dat mijn tegenstanders zelfs goedgelovige vrouwtjes nog iets wijs kunnen maken, moet ik hun onzin in het kort aan de kaak stellen. Plechtig en met pracht en praal benoemen ze hun lectoren, psalmisten, deurwachters en acolieten om diensten te verrichten die ze laten uitvoeren door kinderen of in elk geval door mensen die zij leken noemen. Want wie steekt meestal de kaarsen aan? Wie giet de wijn en het water uit het kannetje? Wie anders dan een jongen of een of andere onaanzienlijke leek, die daarmee zijn brood verdient? Zijn ook zij het niet die zingen? Doen ook zij niet de deuren van de kerkgebouwen open en dicht? Immers, wie heeft ooit in hun kerken een acoliet of een deurwachter zijn taak zien uitvoeren? Sterker nog, als een jongen die de taak van een acoliet uitvoert, wordt opgenomen in de orde van de acolieten, houdt hij op te zijn wat hij vanaf dat moment genoemd wordt. Het lijkt dus wel dat ze, als ze een titel aannemen, expres de taak die erbij hoort van zich af gooien. Zie je waarom het volgens hen zo nodig is om door sacramenten geheiligd te worden en de Heilige Geest te krijgen? Om niets meer uit te voeren!

Als ze beweren dat het aan het bederf van de tijden ligt dat ze hun diensten in de steek laten en verwaarlozen, dan moeten ze maar meteen toegeven dat hun heilige orden, waar ze zo hemelhoog van opgeven, tegenwoordig voor de kerk geen nut hebben en geen vrucht opleveren en dat heel hun kerk vol is van een vloek. Want ze staan toe dat de kaarsen en kannen door kinderen en leken bediend worden, terwijl alleen acolieten goed genoeg zijn om die aan te raken. Ze dragen het zingen op aan kinderen, terwijl dat alleen gehoord mag worden uit gewijde monden.

En voor welk doel heiligen ze hun exorcisten – ‘bezweerders’ – eigenlijk? Ik hoor dat de Joden hun bezweerders hadden. Maar ik zie dat ze zo genoemd werden omdat ze bezweringen deden. Handelingen 19:13 Wie heeft ooit die verzonnen exorcisten horen zeggen dat ze één voorbeeld van hun taak hebben laten zien? Ze verzinnen dat ze macht gekregen hebben om dopelingen en bezetenen de handen op te leggen. Maar ze kunnen de demonen er niet van overtuigen dat ze die macht gekregen hebben. Want niet alleen gehoorzamen de demonen hun niet. De demonen heersen juist over hen. Want je zult er nauwelijks één op de tien vinden die niet door een demon gedreven wordt.

Dus alles wat ze kletsen over hun kleine orden, is samengeflanst uit domme en dwaze leugens. Ik heb het ergens anders al gehad over de oude acolieten, deurwachters en lectoren, toen ik de orde van de kerk behandelde. Hier is het alleen mijn bedoeling om de nieuwe uitvinding van een zevenvoudig sacrament in de kerkelijke orden te bestrijden. Daarover lees je nergens iets, behalve bij die dwaze kletsmajoors, de sofisten van de Sorbonne en de canonici.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.