4.18.9 – Priesters en offers

0
63

Daar komt bij dat de kerk, toen ze nog zuiverder was, deze omkering niet kende. Want ook al proberen de brutaalsten van mijn tegenstanders deze kwestie te bedekken met een schone schijn, toch is het zo helder als het zonlicht op het middaguur dat heel het verleden zich tegen hen keert. Ik heb dat eerder al laten zien bij andere onderwerpen en als je verder leest in de geschriften van de kerkvaders, zal dat alleen maar duidelijker worden.

Maar voor ik hiermee eindig, vraag ik onze misleraars of ze weten dat God liever gehoorzaamheid heeft dan offers. Dat Hij liever heeft dat je naar zijn stem luistert dan dat je Hem offers brengt.1 Ik vraag ze hoe ze kunnen geloven dat God blij is met deze manier van offeren. Ze zien toch dat ze er geen enkel gebod voor hebben en dat die met zelfs geen enkel Woord uit de Schrift wordt goedgekeurd?

Bovendien horen ze de apostel zeggen dat niemand de naam en de eer van het priesterschap op zich neemt zonder dat hij geroepen is zoals Aäron, sterker nog, dat ook Christus zelf zich niet heeft opgedrongen, maar de roeping van zijn Vader gehoorzaamd heeft.2 Dus óf ze moeten bewijzen dat God zelf hun priesterschap bedacht en ingesteld heeft, óf ze moeten erkennen dat die niet tot eer van God is en dat zij zich er zonder roeping brutaal en overmoedig in hebben gedrongen. Maar ze kunnen nog geen punt of komma aanvoeren om hun priesterschap te verdedigen. Waarom verdwijnen die offers dan niet? Zonder priester kunnen ze immers niet gebracht worden!

11 Samuël 15:22

2Hebreeën 5:4

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in