4.18.2 – De mis beledigt Christus

0
63

Ik moet dus laten zien wat ik in de eerste plaats gezegd heb: dat in de mis Christus op een onacceptabele manier gelasterd en beledigd wordt. Hij is immers door de Vader geheiligd als hogepriester. Niet tijdelijk, zoals je leest over de priesters die in het Oude Testament aangesteld werden. Hun priesterschap kon niet oneindig zijn, want hun leven was eindig. Daarom waren er opvolgers nodig, die steeds de plaats innamen van degenen die gestorven waren. Maar Christus is onsterfelijk. Daarom is het echt niet nodig dat er voor Hem een plaatsvervanger wordt aangesteld. Dus heeft de Vader Hem aangewezen als priester voor eeuwig, volgens de orde van Melchizedek: om een voor eeuwig blijvend priesterschap te vervullen. Dit mysterie was lang van tevoren afgebeeld in Melchizedek. De Schrift voert hem eenmaal op als priester van de levende God en noemt hem daarna nooit meer. Alsof er geen eind aan zijn leven gekomen is. Door deze overeenkomst wordt Christus priester genoemd volgens de orde van Melchizedek.1

Nu kan het niet anders of de degenen die elke dag offeren, moeten priesters aanstellen in plaats van Christus, als zijn opvolgers en plaatsvervangers. Maar door hen in Christus’ plaats te stellen, beroven ze Christus van zijn eer en ontnemen ze Hem het privilege van zijn eeuwig priesterschap. En dat niet alleen. Ze proberen Hem ook weg te jagen van de rechterhand van de Vader. Want daar kan Hij niet oneindig blijven zitten zonder tegelijk ook voor eeuwig priester te blijven.

En nu moeten ze niet aanvoeren dat hun offerpriesters niet in Christus’ plaats gesteld worden, alsof Christus gestorven is, maar dat ze alleen maar zijn helpers zijn en dat dat nog geen eind maakt aan zijn eeuwig priesterschap. Want de woorden van de apostel brengen hen zo sterk in het nauw, dat ze niet kunnen ontsnappen. Hij zegt immers dat er vele anderen priester werden omdat de dood hen verhinderde om altijd priester te blijven.2 Maar de dood verhinderd Christus niet. Dus is Hij de enige priester en heeft Hij geen collega’s nodig.

Maar ze zijn zo brutaal om zich te wapenen met het voorbeeld van Melchizedek om hun goddeloosheid te verdedigen. Er wordt over hem gezegd dat hij brood en wijn aanbood. Dus concluderen zij dat dat een voorspel was op hun mis. Alsof de overeenkomst tussen hem en Christus zit in het aanbieden van brood en wijn! Dat is zo’n flauwe onzin dat ik dat niet hoef te weerleggen. Melchizedek gaf Abraham en zijn metgezellen brood en wijn, zodat we zich konden verkwikken. Want ze waren moe van de reis en de strijd.3 Wat heeft dat met te maken met een offer? Mozes prijst de vriendelijkheid van de heilige koning. Zij maken daar zonder aanleiding een mysterie van. Maar daar wordt niets over gezegd.

Maar ze schilderen hun dwaling in nog een andere kleur. Want, zeggen ze, meteen daarna volgt: ‘en hij was een priester van de allerhoogste God.’ Mijn antwoord is dat ze dat onterecht op het brood en de wijn laten slaan. De apostel laat het slaan op de zegen. Omdat hij een priester van God was, zegende hij Abraham. Dezelfde apostel – de beste uitlegger die er te vinden is – concludeert daaruit dat hij een hogere positie had dan Abraham. Want een mindere wordt gezegend door een meerdere.4 Stel dat het aanbod van Melchizedek een afbeelding was van het misoffer. Deze apostel onderzoekt zelfs de kleinste dingen. Dus vraag ik je: zou hij dan zoiets belangrijks vergeten hebben?

Maar wat ze ook kletsen, hun poging om de argumentatie van de apostel onderuit te halen, is tevergeefs. Die argumentatie is dat er een eind is gekomen aan het recht en de eer van het priesterschap onder sterfelijke mensen, omdat Christus onsterfelijk is en de enige en eeuwige priester is.

1Hebreeën 5:5-10; Hebreeën 7:17-21; Hebreeën 9:11; Hebreeën 10:21; Psalm 110:4; Genesis 14:18

2Hebreeën 7:23

3Genesis 14:18

4Genesis 14:19; Hebreeën 7:7

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in