4.17.5 – Eten en drinken uit geloof

0
102

Nu blijft nog over dat we al deze dingen krijgen door middel van toepassing. Dat gebeurt niet alleen door het evangelie, maar ook door het heilig avondmaal. Daar biedt Christus zich aan ons aan en nemen wij Hem aan door het geloof. Het sacrament zorgt er dus niet voor dat Christus dan pas het levensbrood is. Nee, het sacrament herinnert ons eraan dat Hij al het levensbrood is, zodat we er altijd van blijven eten. En door ons dat brood te laten proeven, zorgt het sacrament ervoor dat we de kracht ervan ervaren. Want het belooft ons dat alles wat Christus gedaan of geleden heeft, gebeurd is om ons levend te maken. Bovendien verzekert het ons dat deze levendmaking voor eeuwig is. We kunnen er door gevoed en in leven gehouden worden zonder dat er ooit een eind aan komt. Christus zou immers geen levensbrood voor ons geweest zijn als Hij niet voor ons geboren en gestorven was en niet voor ons was opgestaan. En zo zou Hij het ook nu niet voor ons zijn als de kracht en de vrucht van zijn geboorte, dood en opstanding niet eeuwig en onvergankelijk zouden zijn.

Christus heeft daar een heel mooie samenvatting van gegeven in deze woorden: ‘Het brood dat ik jullie geef, is mijn vlees. Ik zal dat geven voor het leven van de wereld.’1 Met deze woorden geeft Hij natuurlijk aan dat zijn lichaam brood zal zijn voor het geestelijke leven van de ziel, omdat het voor ons behoud moest worden overgeleverd aan de dood. En dat aan ons wordt uitgedeeld om te eten als Hij ons er door het geloof deel aan geeft. Hij heeft dus zijn lichaam eenmaal voor eens en voor altijd gegeven om het brood te laten worden toen Hij het overgaf om gekruisigd te worden voor de verlossing van de wereld. En Hij geeft het elke dag weer als Hij het ons, voorzover het gekruisigd is, door het Woord van het evangelie aanbiedt om ons er in te laten delen, als Hij die schenking verzegelt met het heilige mysterie van het avondmaal en als Hij vanbinnen vervult wat Hij vanbuiten uitbeeldt.

Verder moeten we hier uitkijken voor twee fouten: we moeten de tekenen niet te klein maken, want dan lijkt het alsof we ze losmaken van de mysteries waarmee ze in zekere zin verbonden zijn. We mogen ze ook niet te groot maken, want dan lijkt het alsof we de mysteries een beetje duister maken.

Ieder die niet volledig ongodsdienstig is, erkent dat Christus het levensbrood is waarmee de gelovigen gevoed worden voor hun eeuwig behoud. Maar niet iedereen is het er evenveel mee eens op welke manier we deel krijgen aan Hem. Sommigen zeggen simpelweg dat Christus’ vlees eten en zijn bloed drinken niets anders is dan in Christus zelf geloven. Maar ik heb de indruk dat Christus een explicieter en dieper mysterie heeft willen leren in die heerlijke prediking waarin Hij ons het eten van zijn vlees aanbeveelt:2 we worden levend gemaakt door echt deel te hebben aan Hem. En Hij heeft dat ook aangeduid met de woorden ‘eten’ en ‘drinken’ om te voorkomen dat iemand zou denken dat kennis alleen voldoende zou zijn om het leven te krijgen dat we van Hem krijgen. Want het lichaam wordt niet gevoed door naar brood te kijken, maar door het te eten. Zo moet ook de ziel echt en door en door deel krijgen aan Christus. Dan krijgt ze door zijn kracht de kracht om geestelijk te leven.

Ondertussen erken ik dat dit eten niet anders is dan eten uit geloof. Je kunt ook geen andere manier van eten verzinnen. Maar het verschil tussen mijn woorden en die van hen is dit: volgens hen betekent eten alleen maar geloven, maar volgens mij eten we gelovig Christus’ vlees. Want door het geloof wordt Hij van ons. Eten is dus een vrucht en effect van het geloof. Of, als je wil dat ik het duidelijker zeg: volgens hen is eten het geloof. Maar volgens mij is het eerder het gevolg van het geloof.

In woorden is dat maar een klein verschil. Maar inhoudelijk is het verschil heel groot. Immers, de apostel Paulus leert weliswaar dat Christus door het geloof in ons hart woont.3 Maar niemand zal toch zeggen dat dat wonen in ons hart het geloof is. Nee, iedereen beseft dat daarmee een geweldig effect van het geloof mee bedoeld wordt. Want door het geloof krijgen de gelovigen dat Christus in hen verblijft. Op dezelfde manier wil de Heer, als Hij zichzelf het levensbrood noemt, niet alleen willen leren dat ons behoud ligt in het geloof in zijn dood en opstanding. Hij heeft ook willen leren dat zijn leven in ons wordt overgebracht door echt deel te krijgen aan Hem. Net zoals brood het lichaam kracht geeft als we het als voedsel tot ons nemen.

1Johannes 6:51

2Johannes 6:26-58

3Efeziërs 3:17

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in