Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.17 – Het avondmaal 4.17.45 – Augustinus en Chrysostomos over vaak avondmaal vieren

4.17.45 – Augustinus en Chrysostomos over vaak avondmaal vieren

Met deze bepalingen wilden de heilige mannen in stand houden dat het avondmaal vaak gebruikt werd. Deze gewoonte was overgeleverd door de apostelen en ze zagen dat die voor de gelovigen heel gezond was. Maar door algemene nalatigheid begon die langzamerhand in onbruik te raken.

Augustinus verklaart over zijn eigen tijd: ‘Het sacrament van de eenheid van het lichaam van de Heer wordt op sommige plaatsen elke dag, op andere plaatsen met bepaalde tussenpozen op de tafel van de Heer klaargezet en van die tafel aangenomen, voor sommigen voor het leven, voor anderen voor de ondergang.’1

En in de eerste brief aan Januarius schrijft hij: ‘Sommigen nemen dagelijks deel aan het lichaam en bloed van de Heer, anderen krijgen het op bepaalde dagen. Op sommige plaatsen gaat er geen dag voorbij waarop het niet wordt aangeboden, op andere plaatsen gebeurt het alleen op zaterdag en zondag, op weer andere plaatsten alleen op zondag.’2

Zoals ik zei, was het volk soms wat laks. De heilige mannen wilden niet de indruk wekken dat ze deze nalatigheid door de vingers zagen. Daarom drongen ze met strenge berispingen aan op deelname aan het avondmaal. Een voorbeeld daarvan zien we bij Chrysostomos in zijn uitleg van de brief aan de Efeziërs: ‘Tegen degene die de maaltijd onteerde, werd niet gezegd: “Waarom ben je aangegaan?” maar: “Waarom ben je binnengekomen?” Mattheüs 22:12 Wie niet deelneemt aan de mysteries is brutaal en onbeschaamd als hij wel aanwezig is. Ik vraag je: als iemand wordt uitgenodigd voor een maaltijd en hij komt, wast zijn handen, gaat aan tafel zitten en lijkt zich klaar te maken om te gaan eten, maar eet vervolgens niets – is dat geen belediging voor de maaltijd en de gastheer? Zo is het ook als jij je bevindt tussen degenen die zich door gebed voorbereiden op het aannemen van de heilige maaltijd. Doordat je niet weggegaan bent, heb je beleden dat je een van hen bent. Als je dan toch niet deelneemt aan de maaltijd, zou het dan niet beter geweest zijn als je niet eens gekomen was? “Ik ben het niet waard,” zeg je. Maar dan was je het ook niet waard om deel te nemen aan het gebed. Want dat is de voorbereiding op het krijgen van het heilige sacrament.’3

1Augustinus, In Ioannis euangelium tractatus, 26,15.

2Augustinus, Epistulae, 54,2.

3Chrysostomos, Homiliae in epistulam ad Ephesios, 1,26.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.