Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.17 – Het avondmaal 4.17.43 – Hoe het avondmaal gevierd moet worden

4.17.43 – Hoe het avondmaal gevierd moet worden

Verder, wat betreft het uiterlijke ritueel maakt het niet uit of de gelovigen het brood met de hand aanpakken of niet, of ze het onder elkaar verdelen of dat ieder eet wat hij krijgt, of ze de beker weer teruggeven aan de diaken of doorgeven aan de persoon naast hen, of het brood gezuurd is of niet, of de wijn rood is of wit. Dat zijn dingen die er niet toe doen, waar de kerk vrij in is.

Het is echter zeker dat het in de oude kerk de gewoonte was dat ieder het brood in de hand kreeg. En Christus zei over de beker: ‘Deel hem onder elkaar uit.’ Lucas 22:17 De geschiedverhalen vertellen dat het vóór de tijd van Alexander I1 als bisschop van Rome gewoon gezuurd brood was. Hij was de eerste die graag ongezuurd brood had. Maar ik snap niet om welke reden, of het moest zijn om in de ogen van het volk bewondering te wekken met een nieuw schouwspel in plaats van de ware godsdienst te onderwijzen in hun hart.

Ik vraag ieder die ook maar door een greintje ijver voor vroomheid geraakt wordt: zie je dan niet duidelijk hoeveel helderder Gods eer hier schittert en hoeveel royaler en heerlijker geestelijke troost de gelovigen hier krijgen dan in die onbeduidende, theatrale onzinnigheden, die geen ander nut hebben dan dat ze de zinnen van het volk bedriegen en het versteld laten staan? Dat noemen ze nou het volk bij de godsdienst houden: dat het door bijgeloof dom en dwaas gemaakt alle kanten op getrokken wordt!

Wil iemand zulke verzinsels verdedigen op basis van ouderdom? Ook ik weet heel goed hoe oud de gewoonte van zalven en blazen is bij de doop en hoe kort na de tijd van de apostelen het avondmaal van de Heer is aangetast door roest. Maar dat is de overmoed van de menselijke brutaliteit. Mensen kunnen zich er maar niet van weerhouden steeds weer een spelletje te spelen met Gods mysteries en zich losbandig te gedragen. Maar we moeten bedenken dat God gehoorzaamheid aan zijn Woord zo belangrijk vindt dat we zowel zijn engelen als heel de wereld moeten beoordelen in dat licht. 1 Korinthiërs 6:2-3; Galaten 1:8

Maar nu die grote hoop rituelen uit de weg geruimd is, zou het avondmaal het meest gepast bediend kunnen worden als het heel vaak en minstens eenmaal per week aan de kerk gepresenteerd wordt. Het zou dan moeten beginnen met openbaar gebed. Vervolgens zou dan een preek gehouden moeten worden. Daarna zouden brood en wijn op tafel gezet moeten worden en zou de dienaar moeten vertellen over de instelling van het avondmaal. Vervolgens zou hij de beloften moeten verkondigen die we erin krijgen aangeboden. Bovendien zou hij dan degenen die door het verbod van de Heer van het avondmaal worden afgehouden, van de deelname moeten uitsluiten. Daarna zou er gebeden moeten worden of de Heer even royaal als Hij ons dit heilige voedsel geeft, ons ook wil onderwijzen en vormen om het gelovig en dankbaar aan te nemen. En of Hij ons met zijn barmhartigheid zo’n maaltijd waard wil maken, aangezien we dat uit onszelf niet waard zijn. Dan zouden er psalmen gezongen moeten worden en zou er iets gelezen moeten worden en zouden de gelovigen in een gepaste orde aan de heilige maaltijd deel moeten nemen, terwijl de dienaren het brood breken en aan het volk uitdelen. Als het avondmaal afgelopen is, zou het volk aangespoord moeten worden om oprecht te geloven en het geloof te belijden, om lief te hebben en te leven zoals gepast is voor christenen. Ten slotte zou er gedankt en een lofzang voor God gezongen moeten worden. Als dat gebeurd is, zou men de gemeente in vrede kunnen laten gaan.

1Paus Alexander I († 115/116).

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.

FunctionalOur website uses functional cookies. These cookies are necessary to let our website work.

AnalyticalOur website uses analytical cookies to make it possible to analyze our website and optimize for the purpose of a.o. the usability.

Social mediaOur website places social media cookies to show you 3rd party content like YouTube and FaceBook. These cookies may track your personal data.

AdvertisingOur website places advertising cookies to show you 3rd party advertisements based on your interests. These cookies may track your personal data.

OtherOur website places 3rd party cookies from other 3rd party services which aren't Analytical, Social media or Advertising.